Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Ik schrijf ook,’ zegt ze opeens, ‘maar dan met bloemen en planten’

PlusTheodor Holman

Sommige Italiaanse dorpen hebben iets droevigs, misschien wel juist door de zon die de huisjes met zweepslagen lijkt te pijnigen. Er zijn weinig bewoners meer en verval doet zich voor als een bacterie die verder en verder kruipt en waartegen niets kan worden gedaan.

Ik ben blij als ik er weg ben.

Drie kilometer verder woont Maria.

Maria is alleenstaand, in de zeventig, wil of kan niet spreken. Ze knikt af en toe, probeert vriendelijkheid uit te stralen, maar blijft achterdochtig en lijkt tweehonderd jaar geleden uit het dorp verjaagd. Sindsdien heeft ze rond haar kleine sepiakleurige boerderij als verdedigingsmuur een klein paradijsje gemaakt van veelkleurige en veelgeurige bloemen en planten.

Vrienden van ons hadden ons gevraagd haar een bezoek te brengen en iets af te geven. (Het zijn zakken met tulpenbollen.)

Dan vraagt ze aan mijn vrouw wat ik voor de kost doe.

“Hij is schrijver,” zegt ze.

Op een of andere manier bevalt het antwoord haar.

“Ik schrijf ook,” zegt ze opeens, “maar dan met bloemen en planten. Ik schrijf gedichten door mijn rozen te laten rijmen met ridderspoor en van deze Hollandse tulpen maak ik een zin met enkele Franse tulpen als mooie woorden daartussen… Die zonnebloemen daar zijn het begin van een roman.”

Ik ben redelijk onder de indruk.

We worden naar binnen genood en mijn verbazing neemt toe: honderden en honderden boeken in stapeltjes, in boekenkasten, op tafels… Mijn ogen glijden langs de 18de- en 19de-eeuwse banden. Het zijn alleen maar boeken over de natuur. Ze houdt mijn gulzige blikken in de gaten. De boeken raak ik niet aan. Ik zie Linnaeus’ Philosophia Botanica. Ik wil vertellen dat deze Zweed in Nederland in Harderwijk is gepromoveerd, maar mijn Italiaans is te zwak en ik haat mezelf als ik dit soort opschepperige weetjes te berde wil brengen, terwijl ik verder niets van Linnaeus weet. Ik knik alleen maar. Zij knikt ook.

Opeens krijgen we zelfgemaakte koude vlierbesbloesemlimonade.

Ik kan mijn ogen niet van de boeken afhouden. Natuurlijk zie ik de boeken van Anna Maria Sibylla Merian met de prachtige tekeningen… Darwin, en natuurlijk een boek over Theophrastus (371-287 v Chr).

“Mijn man,” zegt ze uiteindelijk. “Dit alles hier is van mijn man. Alle bloemen zijn voor mijn man. Ze zeggen dat hij op zee is gestorven. Hij wilde ook schrijver zijn. Een dichter. Een wetenschapper. Mijn tuin zijn de bloemen op zijn graf. Zijn boek.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden