PlusErik Jan Harmens

Ik reageer als een primitief dier

Erik Jan HarmensBeeld Artur Krynicki

Ik schrijf deze zin terwijl ik een dwangbuis draag. Het is niet echt een dwangbuis, maar een regenjas waar de rits van stuk is. Ik had ’m tot aan m’n adams­appel dichtgezipt en nu gaat ie niet meer open. Mijn hoofd is te groot voor de halsopening, of de halsopening is te klein voor mijn hoofd. Het komt op hetzelfde neer en het enige wat ik kan doen is een schaar pakken en de boel openknippen.

Dat de rits stuk is maakt me razend omdat hij maar twee taken had: dichtgaan en weer open. We noteren een foutmarge van 50 procent en in reactie op die weergaloze wanprestatie slaat het metertje binnenin mij uit tot diep in het rood. “Wát… een… k-ding!” roep ik en dat was nog maar de warming-up, vervolgens schreeuw ik: “Ongelooflijke kk-rits!”

Wat er op de plaats van de enkele en dubbele k hoort, laat zich raden. Als de woede weer gezakt is, zou ik de woorden het liefst terug naar binnen duwen, zoals je na porno kijken of eten bij de McDonald’s ook kunt denken: waarom doé ik dat? Het moment van epifanie duurt echter heel kort, de volgende keer doe je het gewoon wéér.

Als op de snelweg iemand plankgas langs de file rijdt en pas helemaal vooraan de rij, waar ik sta, met een zwieper invoegt en dan zijn hand opsteekt alsof ik ’m er vrijwillig tussen wilde laten. Als de Duitse scheidsrechter Felix Brych met zo’n paal in z’n broek vanwege de hem toebedeelde autoriteit Memphis Depay een gele kaart geeft nadat de spits van Oranje heel rustig zijn visie had gegeven op iets wat er gebeurde. Als ze in de Jumbo alleen Matinettes verkopen in de smaak melkchocolade en niet puur. Als ze op de radio Purple Rain van Prince wegdraaien zodra de iconische gitaarsolo begint. Als iemand hoest of niest in mijn onmiddellijke nabijheid. Als ik de inhoud van de vuilniszak steeds verder heb aangedrukt tot het echt niet meer kan en ik ’m met veel moeite uit de bak weet te sjorren, waarna hij scheurt en een lege kwarkverpakking eruit valt, die met de opening naar beneden op het keukenzeil begint te lekken. Dit zijn zoal wat momenten waarop er bagger uit mijn bek komt waar ik even later om in een hoekje wil kruipen.

Ik wil behoren tot de groep weldenkenden en welbespraakten die eerst nadenken en dan praten, maar dan is er werk aan de winkel, want nu ben ik een primitief dier dat mensen die ziekte toewenst waar alleen in Nederland al bijna 50.000 mensen per jaar aan overlijden. Ik wil afleren wat ik mezelf heb aangeleerd. Een harde reset, terug naar de fabrieksinstellingen: een schone lei in mij.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden