Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Ik opende de balkondeur om de keuken flink door te luchten

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Uit het buurtbibliotheekje bij de woning waar Renate Rubinstein heeft gewoond, nam ik een paar in plastic verpakte oude jaargangen van het tijdschrift Ons Amsterdam mee naar huis.

Aan de keukentafel gezeten, bevrijdde ik de geschiedenis uit haar gevangenis en meteen kwam er die penetrante natte schuurlucht vrij die ook in oude boeken zit die niemand nog wil lezen.

Terwijl de scherpe schuurlucht bezit nam van de ­keuken, bladerde ik door een nummer uit de jaargang 34, maart 1982. Een eeuwigheid geleden. Op de cover een foto van een sneeuwballengevecht op de Spaarndammerdijk. Begeleidende tekst: ‘Dat was lentemaand maart twintig jaar geleden.’ Vanuit 2022 gekeken naar een blad uit 1982 met daarop een foto uit 1962. Geschiedenis op geschiedenis.

In het blad een reportage over de Nieuwe Oosterbegraafplaats met als doel ‘te slenteren en graven te ontdekken van bekende en onbekende Nederlanders die iets voor het land hebben betekend.’

En zo wandelt de schrijver, C. Driessen, over deze ­‘jardin des souvenirs’ en stuit hij meteen op het graf­monument van Johannes Benedictus van Heutsz (1851-1924), ‘gouverneur-generaal, veldheer en koloniaal ­bewindsman’. Een man die nogal huishield in Nederlands-Indië tijdens de Atjehoorlog.

Een paar weken geleden nog bood minister-president Rutte ‘diepe excuses’ aan ‘aan Indonesiërs, voor extreem en stelselmatig geweld van Nederlandse militairen tijdens de dekolonisatieoorlog.’ Voor de periode vóór 1945-1949 is dat, om allerlei redenen, (nog) niet gedaan.

‘Het monument van graniet, dat voor de eeuwigheid gebouwd schijnt te zijn, domineert de omgeving,’ schijft Driessen. Van Heutsz werd in 1927 herbegraven op de Nieuwe Ooster. ‘Er zijn begrafenissen die men nooit vergeet. Wat ons hiervan nog altijd is bijgebleven, is de kilometerslange militaire stoet, die door treurmuziek begeleid stapvoets van de Dam door de stad naar de Kruislaan trok.’

Driessen schrikt er overigens niet voor terug Van Heutsz al een ‘omstreden figuur’ te noemen, ‘maar dat hij een belangrijke rol in de Nederlandse historie heeft gespeeld, valt niet te ontkennen.’

Mooi kun je die grafkelder, want dat is het, niet noemen. In 2003 is de tombe afgebroken en op een andere plek weer opgebouwd, omdat het monument ‘de zichtlijn’ van het oude ontwerp van de begraafplaats uit 1894 zou belemmeren. Van Heutsz stond in de weg.

(Een jaar later kreeg Van Heutsz nog een keer straf: het monument met zijn naam aan het Olympiaplein werd hernoemd in Monument Indië-Nederland.)

De granieten kolos, bewaakt door twee met reusachtig grote zwaarden uitgeruste krijgers, staat daar nu pontificaal zijn plaats in de eeuwigheid te zijn. Wel met een bordje erbij. ‘De graftombe van gouverneur-generaal Van Heutsz vertelt het verhaal van onze veranderende kijk op het koloniale verleden van Nederland. De graftombe werd ontworpen als eerbetoon aan de generaal en zijn militaire successen. Inmiddels herinnert het monument vooral aan een donkere bladzijde uit de ­Nederlandse geschiedenis.’

Dat kon C. Driessen allemaal nog niet bevroeden, veertig jaar geleden, en zo herstelt de geschiedenis zichzelf ook weer. Zelfreinigend heet dat geloof ik.

Ik sloeg de bladzijde om. Ik nieste. Ik opende de balkondeur om de keuken flink door te luchten.

Volgende keer over de Gooische Moordenaar.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden