Beeld Sjoukje Bierma

Ik open mijn ogen. Ik ben niet meer dood

PlusMaarten Moll

Ik ga sterven.

Het is zover. Onvermijdelijk.

Ik luister naar de stem die zegt: this is the day you died.

Ik ben dood.

De stem sommeert me naast mijn lichaam te gaan zitten en toe te zien terwijl ik langzaam verga.

Ik treed uit en zie mezelf liggen.

Ik zie mezelf verkleuren. Opzwellen. Uiteenvallen.

En steeds die stem die me opdraagt te blijven kijken naar dat lichaam, me bewust te worden van this body that once was you.

Ik ben dood.

Word langs de verschillende stadia van ontbinden geleid.

Ik zie de insecten die eitjes leggen in mijn lichaam.

Ik ruik de overweldigende stank.

Organen die vloeibaar zijn geworden.

Kraaien die het vlees van mijn knoken pikken. En andere vleeseters.

Look how your body disappears, zegt de stem.

En dan rest er nog slechts een hoop verbleekte botten van het lichaam dat ik ooit was.

Is this what your life has come to? What was it about?

Tot ook die botten zijn vergaan tot stof en minder dan stof en de wind dat stof meeneemt en ik een word met de wereld, en ik me beangstigd afvraag of ik nog wel iemand ben, wie ik ben geweest.

Observe the thruth of impermanence, hoor ik.

Dan rammelt iemand aan een deur.

Ik open mijn ogen.

Ik ben niet meer dood.

Ik heb mijn lichaam weer terug.

Ik zit op een stoel, in een expositieruimte van Punt WG.

In een rechthoek die wat kleur betreft afwijkt van de rest van de vloer.

Grijsblauwig is die rechthoek.

Het is het stof van vermaalde beenderen van een mens.

Van het lichaam dat ooit aan iemand toebehoorde.

Verklaren kunstenaars Babs Bakels en Vibeke Mascini.

Ze zijn, toen de stem ophield met praten, de ruimte binnengekomen. Ik zat in de tentoonstelling This body that once was you, die zij maakten. Een individuele audio-ervaring, ‘waarin men sterft als voorbereiding op het onvermijdelijke einde’.

Die vermalen botten, benadrukken ze nog even, hebben ze als ‘objecten’ legaal gekocht (ik ben stiekem met een vinger langs de rand gegaan, en draag nu een dood iemand bij me).

Wat ik van deze bijna dertig minuten durende, op een 2500 jaar oude traditie uit het theravada-boeddhisme gebaseerde meditatie vond.

Van deze oefening in dood-zijn. Deze manier om de angst voor de dood te verzachten.

Confronterend.

Niet de verbeelding van mijn opgezwollen lichaam waar larven in groeien. Of het wegsmelten van je gezicht, het vlees dat van je botten wordt gerukt.

Maar de verbinding met alles en iedereen die je verliest als je je eigen verbinding ziet loslaten.

Toch die angst er niet meer te zijn (ga daar maar eens goed over nadenken).

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden