Ik ontleen mijn ‘identiteit’ niet aan de buitenkant

PlusTheodor Holman

Heb ik ooit wel eens één gedachte gewijd aan mijn ‘identiteit’?

Ja en nee. Ja, ik was een man en daar werd ik me zo rond mijn dertiende nogal van bewust en ik herinner me nog dat ik één grote angst had: te sterven zonder geneukt te hebben.

Verder dacht ik over identiteit nooit na. Ik wist niet hoe. Dat weet ik trouwens nog steeds niet. Het ligt voor mij in de categorie: hoe denk ik een gedachte, hoe weet mijn droom wat hij dromen moet, hoe zit een vrouw in elkaar?

De vraag hoe ik wilde zijn beantwoordde ik aan de hand van voorbeelden. Ik had er duizenden. Van Johan Cruijff tot Bob Dylan, van Nescio tot Vladimir Nabokov, van Simone de Beauvoir tot Susan Sontag. Het ging mij om een manier van leven en denken.

Ik imiteerde. Tot ik dacht: nu schiet ik tekort. Dan imiteerde ik weer iemand anders. Mijn identiteit is een mozaïek van andere persoonlijkheden.

En mijn eigen persoonlijkheid? Geen idee. Ik ben een slecht rolmodel zonder script.

Eén aardige anekdote. Op de middelbare school kreeg ik biologie van de heer Oudenaller, althans ik geloof dat hij zo heette. In ons biologielokaal stond zo’n skelet grimmig de klas in te staren. Oudenaller keek er op een keer naar en zei tegen ons: “Zo is de mens op zijn fraaist.”

Hij legde vervolgens uit dat de binnenkant van een mens altijd mooier is dan de buitenkant. En dat zulks voor alles in de natuur geldt. “Weten jullie hoe prachtig de binnenkant van een muis is?”

Toen zei hij: “De buitenkant duurt maar een ogenblik.”

Een magische zin. Altijd onthouden.

Hoe ik ben, kan me dus niks schelen. Hoe anderen zijn, interesseert me ook matig. Althans, wat betreft hun buitenkant. Ja, ik heb een voorkeur voor vrouwen, tegenwoordig vind ik een meisje van vijftig al een leuke gekke meid. Verder interesseert me slechts de binnenkant. Zodra ik een zin lees met identiteit, voel ik dezelfde vorm van vermoeidheid die ik vroeger ervaarde wanneer er op het bord een formule stond uit de predicatenlogica. Vast belangrijk, maar ik vond het stomvervelend.

Geef mij de binnenkant maar!

Het zou best kunnen dat ik daarom nooit racisme heb ervaren en dat ik moeite heb, hoe belangrijk ook, het onderwerp interessant te vinden. Ik ontleen mijn ‘identiteit’ niet aan de buitenkant. Wel word ik helaas rotter van binnen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden