Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ik nam het risico, niet eens bewust, mijn wilskracht was van rubber

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Toen ik nog niet was geboosterd, lukte het me niet.

“Opa, mag ik op je schoot?”

“Ik wil ook op je schoot, opa.”

Ik kon daar geen weerstand aan bieden.

Zij hadden behoefte aan mij, ik aan hen.

Op iedere knie zette ik er een neer.

Ik nam het risico. Niet eens bewust. Het ging vanzelf.

Mijn wilskracht was van rubber.

We hadden elkaar een tijd niet gezien.

Was het egocentrisme? Domheid? Slordigheid?

Nee, het was noodzaak, behoefte. Het was onweerstaanbaarheid die ik z’n gang liet gaan.

Mijn moeder had een kind van zes weken toen ze door de Japanners in krijgsgevangenschap werd genomen.

Ze zei: “Of we komen hier samen levend uit, of we sterven samen.”

In het kamp stierven kinderen en zij legde ze af.

“Waarom deed je dat?” vroeg ik.

“Onzinnig magisch denken,” antwoordde ze, “Als ik dat keurig deed, zou de dood mij misschien bespaard blijven.”

Haar geloof zou ze pas in de jaren vijftig afleggen. In het kamp had ze haar geloof nog nodig. Als ze later nachtmerries had, dan kleedde ze die dode kindjes netjes aan. Nette kleren hadden ze trouwens niet in dat kamp.

Eergisteren was er op de televisie een jeugdpsychiater die zei dat het onherstelbare schade kan aanrichten wanneer kinderen niet naar school gaan.

Ik dacht aan mijn zuster. Bijna vier jaar niet naar school geweest. Hoefde ook niet. Ze speelde wel met andere kindjes in het kamp. Tot die ziek werden en stierven of naar een ander kamp werden gestuurd. Toen de oorlog was afgelopen, wilde mijn zuster het kamp niet verlaten. Dat met prikkeldraad afgezette gebied was haar wereld. Ze kende niks anders.

Mijn vader kon naar mij en mijn dochter kijken en zeggen: “Jullie hebben het goed.” Dat was waar. Het was ook een compliment aan hemzelf. Ik betrapte me erop dat ik zo naar mijn kleinkinderen keek. Maar dan zonder dat compliment aan mezelf.

Het had niks gescheeld of, vlak na de oorlog, was mijn moeder gestorven door een pemoeda die streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië. Dan zou mijn zuster ook omgekomen zijn. Mijn vader had eveneens een paar keer de dood onder ogen moeten zien; de Koreaanse huursoldaat werd op het laatst tegengehouden door een Japanse officier.

“Het scheelde niets of ik was er niet meer geweest,” zei hij.

“Ik ook niet,” zei ik.

“Opa, je slaapt,” zei mijn kleindochter.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden