Thomas Acda Beeld Wolff

Ik mopper omdat ik het mopperen gewend ben

Plus Thomas Acda

Ik heb last van schaamte-schaamte. Al dat opgedrongen schaamtegevoel opdat een ander zich weer even beter voelt. U bent beter, zullen we dat gewoon afspreken? U vliegt nooit, laat nooit iets bezorgen en u eet zeker geen vlees. 

Sterker nog, omdat u op de hoogte bent van een en ander en niet aflaat dat te ventileren, bent u ook meteen maar opgehouden met scheten laten. Nee, aan u zal het niet liggen. Dus ligt het aan mij. Afgesproken! En nou opzouten!

Zo mopper ik mij door het verkeer heen, als elke andere Amsterdammer. Wij zijn met velen. Zie ons, onverstaanbaar in onszelf pruttelend op de fiets. 

Ik zelden op dit specifieke tijdstip, overigens. Meestal zit ik al in de tourbus en kijk ik jaloers naar het meisje, onderweg naar de sportvereniging, hockeystick achterop. 

Jaloers op de jongeman met zijn flesje wijn onderweg naar haar, of hem, die ik even later zie en van wie ik meteen weet: die krijgt straks gezellig die wijn. Jaloers, in mezelf, mijn eigen wrede lot bemopperend.

Tuurlijk, ik ben onderweg naar een schitterend stadje alwaar ik voor slechts twee uur spelen de stadspenning, de bloemen en de eeuwige roem krijg, maar toch. 

Ik mopper omdat ik het mopperen gewend ben. Eigenlijk valt me iets leuks op. De Amsterdammer fietst fanatieker naar zijn werk dan naar huis. Naar huis gaat eigenlijk heel rustig, op het gemakkie, zie ik.

 Wat een fijn feitje. 

Rotterdam mag dan overhemden met opgestroopte mouwen verkopen, wij hebben helemaal geen tijd om ze op de stropen. Wij moeten snel snel naar kantoor.

Er stopt een scooter naast me. Ik kijk afkeurend maar zeg niets. Ik moet vast al blij zijn dat er een helm op gedaan is, mopper ik in mezelf.

“Jij schrijft toch altijd die stukkies over dat de brommer van het fietspad moet?” moffelt een stem onder de helm vandaan.

“Twee stukjes, mevrouw. In vijf jaar.”

“O, nog lui ook. Waarom?”

“Waarom wat? Waarom heb ik die twee stukjes geschreven of waarom ben ik kennelijk lui?”

“Heb jij planologie gestudeerd of zo?”

Nee. Kleinkunst, maar ik zeg niets. Dat is bij dit type mens hetzelfde als zeggen dat je nog steeds met veel liefde de administratie van de Hitlerjugend doet.

“U verwart mij met iemand...”

“Ik verwar jou met helemaal niets. Jij hebt vrijdag om negen uur een afspraak in het OLVG Oost, toch? Darmonderzoekje? Dat heb ík gestudeerd. Ik verheug me erop!”

“U verheugt zich op mijn darm… Doctor Nijman?”

“De vaseline is wegbezuinigd. Ja, jammer hè. Tot vrijdag!”

Ik haal het makkelijk tot huis, mopperend.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden