Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Ik moet vier dagen na het debacle wel érgens heen kunnen met al die boosheid in mij

PlusErik Jan Harmens

Vrijwel meteen na de uitschakeling van het Nederlands elftal afgelopen zondag, zeiden mensen: “Ik ben teleurgesteld, maar ik voel ook berusting.” Ik kon me daar niets bij voorstellen; ik was alleen maar boos en vier dagen later ben ik het nog. Het is moeilijk om die boosheid op iemand te richten. Ik wilde boos zijn op de bondscoach, maar die is net vertrokken en ik vind het eigenlijk wel een sympathieke gast. Bovendien staat Frank de Boer voor zijn keuzes, terwijl de rest van de wereld, de verzamelde voetbalanalytici voorop, de ene dag dit vinden en de andere dag dat.

Frank de Boer is dus buut vrij. Kan ik mijn woede dan op de spelers richten? Na het echec tegen de Tsjechen (wie wil meepraten over voetbal gebruikt regelmatig woorden als ‘echec’, ‘panache’ en ‘gogme’) piepten sommige spelers er als een dief in de nacht tussenuit, maar Matthijs de Ligt deed dan weer het tegenovergestelde. Die verscheen meteen voor de camera en zei: “Het lag allemaal aan mij.” Op iemand zo deemoedig kan ik niet boos zijn. Daarbij komt dat profvoetballers behalve geadoreerd ook de hele tijd voor van alles en nog wat uitgemaakt worden. Ze zijn succesvol en rijk en dus vogelvrij. Soms worden zelfs hun vrouw en kinderen bedreigd.

Aan zo’n volksgericht doe ik niet mee, dus laat ik dan boos worden op de KNVB. Probleem is dat de directeur van de voetbalbond, Eric Gudde, met pensioen gaat. Roepen dat hij weg moet is als wensen dat de zon aan het einde van de dag ondergaat. Hij gáát al. Dan moet Nico-Jan Hoogma maar vertrekken, de verantwoordelijke binnen de KNVB voor de aanstelling van Frank de Boer. Ik ken Hoogma niet, maar hij voetbalde ooit voor Cambuur en dat was de club van mijn vader, dus bonuspunten. Bovendien heeft hij net als ik een dubbele voornaam en dat schept een band. Misschien werd hij daar net als ik ook mee gepest als klein kind. “Erik Jan, koekenpan!” riepen ze op de kleuterschool en nooit is dat helemaal gesleten.

Ik moet vier dagen na het debacle (ook een mooi woord) wel érgens heen kunnen met al die boosheid in mij, want ik ben een hard opgeblazen ballon en straks knap ik. Misschien mag ik mijn woede koelen op die gast uit de Aldireclame die in werkelijk elk reclameblok met zo’n geknepen zeikstem zong: “We gaan het heel ver schoppen. We winnen elk duel. Samen op de banken voor Oranje. Samen maken wij ons landje groot. Pak een drankje en een borrelnoot.” Allemaal leugens: we schopten het helemaal niet ver en in de achtste finale wonnen we nauwelijks een duel. Bovendien aten we echt niet één borrelnoot. De hele godvergeten zak moest leeg!

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden