Beeld Artur Krynicki

Ik moet binnen blijven. Het is nog maar dag vier

PlusFemke van der Laan

Ik moet binnenblijven. Tien dagen. Voor de zekerheid.

Het is nog maar dag vier.

Ik zit in de vensterbank te kijken naar de straat, naar wat er gebeurt, naar wat er voorbijwaait. Wolken vooral. En blaadjes. De meeste zijn geel, hier in de straat. Ik kan een eind naar rechts kijken en een flink stuk naar links, door de bomen heen. Gelukkig is het herfst.

Aan de overkant zit de buurman. De overbuurman. Hem kan ik altijd zien. We wonen hoger dan de bomen. Hij zit met zijn rug naar me toe. Voor hem staan drie computerschermen.

Voorheen zag ik hem weleens vlak voor hij naar zijn werk ging, in de ochtend, als ik koffiedronk in de vensterbank. Dan keek ik hoe hij zijn spullen bij elkaar zocht. In pak. Toen stonden er nog geen drie schermen. Nu vraag ik me soms af wat voor werk hij doet. Voor welk werk je drie computerschermen nodig hebt. En een pak.

Ik kan niet zien waar hij mee bezig is, op die schermen. Vanaf hier is het vooral blauw. Af en toe zie ik hoe hij iets van het ene scherm naar het andere verplaatst. Het is vast iets met geld wat hij doet, geld verplaatsen, van het ene scherm naar het andere, zodat het meer wordt, zomaar, alsof het niets is, maar in mijn hoofd heb ik iets anders van hem gemaakt. Iets waar ik liever naar denk te kijken.

Hij is luchtverkeersleider.

Zomaar, alsof het niets is, woon ik tegenover iemand die vliegtuigen naar binnen loodst. Tussen de wolken door. En de blaadjes. Vanuit huis. Vandaar ook al die schermen natuurlijk. Over dat pak moet ik iets langer nadenken. Ik heb de tijd. Het is nog maar dag vier.

Ik zie hoe er weer iets verplaatst wordt, van het ene scherm naar het andere, een vliegtuig dus, bijna thuis, en ik denk aan de laatste keer dat ik buiten was. Mijn neus deed zeer. Ik reed de stad in op de plek waar de snelweg vanzelf overgaat in de bebouwde kom. Een rechte weg, de brug over, en als het stoplicht op groen staat, zit je zo tussen de huizen. Ver voor de brug had ik het gas al losgelaten, op de brug was ik gaan remmen, maar ik had me afgevraagd hoe ver ik zou komen als ik dat niet zou doen, als ik mezelf zou laten uitrollen, als een vliegtuig in glijvlucht, of ik zo thuis zou komen.

Ik schatte in dat ik het niet zou halen. Maar toen wist ik nog niet dat mijn overbuurman luchtverkeersleider was.

Het is nog maar dag vier.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden