Thomas Acda.Beeld Artur Krynick

Ik moest voor het gerecht komen en ik voelde me niet lekker

PlusThomas Acda

Ik moest voor het gerecht komen en ik voelde me niet lekker. Wakker geworden met een aanval van abrupt beëindigde obstipatie (het juiste woord hiervoor lijkt mij geen fijn begin van uw weekend). Ik had die obstipatie zelf veroorzaakt, omdat ik net twaalf shows in Ahoy had gespeeld en mijn kleedkamer elk jaar weer tegenover de heren van Di-rect ligt. Heel gezellig, helemaal als je van de lucht van in de brand gestoken, gedroogde grassoorten houdt met de daarbij behorende plaatijzersnijdende giechel van Spike – en wie doet dat niet? Dit jaar echter was er ook elke dag een kan gemberthee en díe combinatie bezorgde gisteren bijna alle leden van ’s-Gravenhaags trots een aanval van wat ik tot woensdagochtend heb moeten uitstellen. Alle toiletten bezet óf zeer terecht verlaten. Achter de gesloten deuren hoorde je het geluid van vallende tegels, die de strijd opgaven.

In het Amsterdamse gerechtsgebouw moest ik de dag daarna getuigen. Mijn ­fysiotherapeut had een rechtszaak aan­gespannen tegen de arbeidsongeschiktheidsverzekeringsmaatschappij. Of ­andersom, dat wist ik niet. Had ik beter wel even kunnen vragen.

Ik werd opgehaald van de gang en met een laatste blik op het uitnodigende toiletbordje, als een soldaat die zijn lief voor het front moet verlaten, was ik naar binnen ­gelopen. Onbezorgd nog, ik was vanochtend toch al geweest? En daar had ik ­weinig achtergehouden. Little did I know, zeggen ze dan in Amerikaanse thrillers.

Toen ik ging zitten, voelde ik al meer druk dan normaal. Ik werd welkom geheten en of ik vond dat meneer goed was in zijn werk, vroeg de rechter. Ik was meteen de draad kwijt. Was de vraag niet eerder of hij juist slecht was? Ongeschikt? Geen Amerikaanse toestanden met jury’s en constant heen en weer lopende advocaten, hier aan de Parnassusweg. Je antwoordt gewoon de rechter. Maar wat was het juiste antwoord? Razendsnel dacht ik na. Wie wilde geld van wie? Hij van hen. Dan, omdat hij ongeschikt was in zijn werk, was het juiste antwoord… Nee, wacht!

En toen kwam abrupt beëindigde obstipatieaanval nummer twee. Ik sprong, ik viel en stuiterde weg, smeet met deuren en kon nog net op tijd een porseleinen pony bereiken. Had ik ook mooi de tijd om over het juiste antwoord na te denken.

Tegen de tijd dat hoofd en maag tot rust waren gekomen, was ‘mijn’ zaak afgelopen en liep ik plompverloren binnen bij een conducteursmishandelingskwestie.

Ik moest maar een nieuwe fysiotherapeut zoeken, zei de rechter. “Ach, als u een goeie weet,” grapte de ongelukkige conducteur. Maar ik wist eerlijk gezegd nog niks.

Thomas Acda(1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Lees ook:
- Da’s toch niet normaal, zo’n scheids?
Genoeg koperen pannen om een bacchanaal te serveren
Eerst de giftshop, daarna pas het museum

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden