Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Ik moest ook niet zo snel negatief oordelen over mensen!

PlusTheodor Holman

Omdat bij mijn dochter het gips eraf mocht, bracht ik haar naar het ziekenhuis buiten Amsterdam.

In de wachtkamer zaten twee vrouwen die zich vermoedelijk tevergeefs een aantrekkelijk kunsthoofd wilden laten aanmeten. Ze spraken te hard en luisterden niet naar elkaar. 

“Dus in dat programma zie je de laatste dagen van die jongen… die gaat dus dood…”

“D’r was ook een meisje, arm kind, die ging ook dood.”

“En was er ook niet een kind dat doodging? Een heel jong kind?”

“Als oude mensen doodgaan vind ik dat niet erg.”

Ik stond op, liep naar de parkeerplaats, ging in mijn auto zitten en appte mijn dochter waar ik was.

Op de radio waren de Vier letzte Lieder van Richard Strauss. Die was 84 toen hij dit schreef. Is het toeval dat ik dit hoorde, vlak na het gesprek in de wachtkamer?

Ik wachtte op het couplet met de leeuweriken. (‘Zwei Lerchen nur noch steigen/ nachträumend in den Duft’) “Luister,” fluisterde mijn vader in Het Concert­gebouw, “nu hoor je in de muziek de leeuweriken.”

De muziek ontroerde me diep. Door een kort gesprek met mijn vader, die al 32 jaar dood is, en met veel minder verwijten dan twintig jaar geleden, vergat ik naar het einde van de liederen te luisteren.

De dames die zo hartelijk over de Dood op televisie aan het praten waren, kwamen het ziekenhuis uit. Verdomme, ik had ze in mijn hoofd als onaantrekkelijk gebrandmerkt, maar nu zag ik dat één van hen een kunstbeen had. Het viel me toevallig op toen de vrouw haar auto wilde instappen en ik iets mechanisch aan haar voet en been opmerkte. Ik moest ook niet zo snel negatief oordelen over mensen!

Maar hun auto vertrok niet. De vrouwen hielden elkaar stevig vast. Het leek of één van hen huilde.

Ik vloekte, maar ik wist niet goed tegen wie.

Er zijn dagen dat je iets te synchroon met het verdriet oploopt.

Toen kwam mijn dochter uit het ziekenhuis.

Ze liep op haar onwennige voetjes naar de verkeerde auto.

Ik startte en toeterde en ze zag me.

“Kon je weer niet tegen mensen en ben je daarom in de auto gaan zitten?” vroeg ze.

Ik knikte.

“Maar nu zit ik in de auto en ik ben totaal genezen verklaard dus wees niet saggerijnig. Dat is ook niet leuk voor mij!”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden