Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Ik moest eens stoppen de Holocaust uit te buiten om er zelf rijk van te worden

PlusNatascha van Weezel

Natascha van Weezel

Afgelopen donderdag vond de Internationale Herdenking van de Holocaust plaats. Auschwitz werd op 27 januari 1945 bevrijd door de Russen en in 2005 nam de VN een resolutie aan om van deze datum een officiële gedenkdag te maken. Al veel langer besteedt het Nederlands Auschwitz Comité aandacht aan deze dag; de jaarlijkse plechtigheid in het Wertheimpark was zondag.

Als klein meisje werd ik elk jaar door mijn vader meegesleept naar deze herdenking. Het was altijd koud en er waren altijd oude mensen aan het huilen.

Ik wilde liever naar de speeltuin. Maar mijn vader zei dat het belangrijk was. En als mijn vader iets belangrijk vond, dan wás dat zo. Na de herdenking werd er steevast een lunch georganiseerd. De eerste jaren in de RAI, later in hotel Casa 400. Sommige Auschwitzoverlevenden lieten hun getatoeëerde kampnummer zien. Een beeld dat voor de rest van mijn leven in mijn geheugen gegrift zal staan.

Ik vind het een positieve ontwikkeling dat deze kleine herdenking voor ‘insiders’ de laatste jaren is uitgegroeid tot een nationaal moment waar politici als premier Rutte en burgemeester Halsema spreken. ‘Never forget’, ‘Never again’ en ‘Nooit meer Auschwitz’ zijn veelvoorkomende slogans. Een uitstekend idee lijkt me, alleen mogen dit geen holle frases worden.

De laatste tijd merk ik namelijk dat het antisemitisme toeneemt. Ik ben echt niet iemand die van antisemitisme spreekt wanneer er een flauwe opmerking over Israël wordt gemaakt. Zelfs als mensen zeggen dat ‘Joden allemaal rijk zijn’ ben ik geneigd om dit als een domme stereotypering te zien en niet als onvervalste Jodenhaat. Nee, ik heb het over andere zaken.

Donderdag postte ik een foto op Twitter die ik onlangs maakte bij het Namenmonument. Allemaal ‘Van Weezels’, vermoord in Auschwitz of Sobibor. Van veel volgers kreeg ik enorm lieve reacties. Alleen waren er ook tientallen berichten waar mijn mond letterlijk van openviel. Iemand deelde een artikel waarin stond dat de Holocaust een verzinsel was van ‘De Joodse Lobby’. Een ander schreef dat ik eens moest stoppen de Holocaust uit te buiten om er zelf rijk van te worden: ‘Het slachtofferschap moet natuurlijk wel in herinnering blijven omdat subsidies blijven stromen’. Een groep boze Palestina-aanhangers meende dat ik geen recht had op mijn ‘gejank’, omdat ‘wij’ nu hetzelfde doen met de Palestijnen als de nazi’s toen met ‘ons’. En zo ging het nog een hele tijd door.

‘Geen aandacht aan besteden,’ zouden veel mensen zeggen. Ik begrijp deze reactie; alleen ben ik het er pertinent mee oneens. Dit soort opmerkingen moet je niet negeren. Zeker niet wanneer je merkt dat er sprake is van een exponentiële toename. ‘Nooit meer Auschwitz’ mág geen holle frase worden. Natuurlijk is er nu geen sprake van concentratiekampen of gaskamers, maar daar begón de Holocaust niet mee. Het begon met woorden.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden