Nico DijkshoornBeeld Artur Krynicki

Ik mocht Prince bij zijn echte naam noemen

PlusNico Dijkshoorn

Nu Sign O’ The Times opnieuw wordt uitgebracht, verschijnen er opeens allerlei Nederlandse randfiguren die hun plek in het leven van Prince opeisen. Ik heb altijd netjes mijn mond gehouden, maar nu wordt het tijd om over mijn intieme, warme relatie met Prince te schrijven.

Prince zocht voor het eerst contact met mij toen hij in 1981 optrad in Paradiso. Ik had een paar schoenen waar hij helemaal blind van was. Ik woonde nog bij mijn ouders. Lang verhaal kort, een kwartier nadat hij springend had aangebeld, stond hij samen met mijn vader een gehaktbrood te kneden. Heel gewone jongen.

Ik mocht hem bij zijn echte naam noemen, Kobus, maar dat heb ik geweigerd.

Ik zei: “Kobus, joet aar un artis,” dus van het een kwam het ander en dat is toen een soort van een dingetje geworden, dat Prince en ik elk jaar in diergaarde Artis een wortel op de reet van Tanja het nijlpaard gooiden. Dat is uiteindelijk het liedje Strange Relationship geworden.

Ik heb Prince toen aan Ramses Shaffy voorgesteld en dat was een unieke ontmoeting. Er was meteen chemie. Alsof er twee planeten op elkaar botsten. Ramses zong ‘Lalalala lolo heeee jajaja met de zonnnnn meeee’ en daar legde Prince dan een akkoord onder. Klonk voor geen meter, maar dat kon toen nog gewoon. Er zat geen enkele druk op.

Wanneer Prince in Nederland was, brachten we samen tijd door. Hoe leg ik dat uit? Ja, ik had kennelijk een bepaalde invloed op hem. We stonden voor de etalage van Peek & Cloppenburg in Amstelveen, hij wees naar een bandplooibroek en ik zei: “Look, steekzakken!” Dat is later You got the look geworden, maar wat heeft het voor zin om dat in elke talkshow te vertellen?

Die ene zangeres van Loïs Lane, met dat haar en die lippen, die zag ik bij Jinek zitten vertellen dat ze verstoppertje met hem had gespeeld en daar moest ik dan toch wel even heel hard om lachen, want Prince haatte dat spelletje. Het was Dokter Bibber, all the way. Nachten lang hè. Dan kwamen mijn ouders uit bed, om naar hun werk te gaan, en dan zaten Prince en ik nog met een plastic tangetje een long uit een speelgoed­lichaam te wurmen.

Toen hij weer naar Amerika moest, heb ik hem een duif gegeven. Ik heb, midden in de vertrekhal van Schiphol, staan janken als een kind. Ik had een paarse trui aan. Buiten begon het te regenen. Moeten jullie eens raden welke liedjes hij later voor mij heeft geschreven.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden