PlusColumn

Ik mis het kuiltje in een berg boerenkool

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik mis Nederland nog elke dag. Twintig jaar geleden was ik een van de kinderen die het land moest verlaten. De mannen die mij en mijn broertje in het busje met geblindeerde ramen duwden hadden het over uitzetten. Het waren geen slechte mannen. Dat zag ik aan hun ogen. Het waren gewoon machteloze mannen.

Ze volgden instructies. Pionnen, dat waren het. Mijn opa zei altijd dat een echte man eerst naar zijn hart luistert en daarna pas naar zijn baas. Volgens mij sliepen op die bewuste ochtend alle echte mannen uit.

Ik mis appelmoes en ik mis het rode lampje in de bus. In het land waar ik nu woon, stopt de bus gewoon bij de halte als ik bij de deur ga staan.

Uitzetten. Het woord voelt precies zoals het klinkt. Ik weet sinds die ochtend niet meer waar mijn aanknopje zit. Alles staat uit. De stekker is vakkundig uit mijn toekomst gehaald.

Ik mis het kuiltje in een berg boerenkool en de oliebollenkraam. Ik mis de slootjes en de flipperkast in de snackbar.

Als het mistig is in mijn nieuwe land. Het land waar ik niet ben geboren, maar kennelijk wel moet sterven. Als het mistig is, ben ik gelukkig. Als ik niet kan zien waar ik ben, ben ik weer terug in Nederland. Daarom zitten mijn broertje en ik vaak in de sauna.

Waar rook is, is onduidelijkheid en waar onduidelijkheid is, is geluk. Als ik de deur van de sauna dichttrek, klap ik in mijn hoofd Scheveningen open.

Ik mis vooral het kuiltje in een berg boerenkool. In mijn nieuwe land maken ze geen kuiltjes in eten. Nee, hier maken ze kuiltjes langs de snelweg en in die kuiltjes worden journalisten die te vaak de waarheid schrijven begraven. Ik mis die kom vol vleesjus. Die warme vettigheid. En ik mis Linda de Mol.

Mijn broertje en ik hebben een paar jaar geleden een loods gekocht en in die loods bouwen we in de weekenden Nederland na. In die loods werden vroeger trouwens pornofilms opgenomen, maar dat kan je al bijna niet meer ruiken.

Mijn broertje is nog steeds boos op Nederland. Soms log ik in op zijn laptop en dan lees ik zijn plannetjes. Hij heeft het erg zwaar. Mijn broertje vertelde me gisteren over een droom die hij een paar weken geleden had gedroomd.

In de droom stond hij op een groot treinstation in Nederland. Met een rugzak en een koffer. In de rugzak zat een bom en in de koffer zat een bom die niet meer in de rugzak paste. Hij wilde wraak nemen voor de afgelopen twintig jaar. Het is ook niet makkelijk geweest.

We zagen Nederland als onze moeder en opeens zei onze moeder tegen ons dat we geen zonen van haar waren. Holland was nog nooit zo hol geweest. Er leek geen hart meer in de borstkas te zitten. Het was de leegte die regeerde.

In de droom van mijn broer blies hij uiteindelijk zichzelf op. Alleen zichzelf. En niet op een station, maar ergens in de buurt van Paleis het Loo. Op een plek waar veel vlaggen wapperden.

Hij blies zichzelf op en hoopte dan dat er wat van zijn bloed op de vlaggen zou landen. Mijn broer liet een klein kuiltje achter. Hij mocht geen Nederlander zijn, dus toen probeerde hij maar de vlag te worden.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.


james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden