null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Ik mis de mensenmassa’s niet. De verplichte isolatie voelt voor mij als een schoolvakantie

PlusNico Dijkshoorn

Zondag verzamelden honderden mensen zich in het Vondelpark. Ze dansten, dicht tegen elkaar. Eindelijk. Hossende baarden en schuddende lichamen, van mensen die allemaal denken dat je ooit werkelijk vrij kunt zijn.

Ik vind het alarmerend dat het begrip vrijheid tijdens deze pandemie een steeds nihilistischere betekenis krijgt: keihard feesten met zoveel mogelijk mensen om je heen. Voor mij betekent vrijheid het omgekeerde: zo weinig mogelijk mensen ontmoeten die met duizenden tegelijk hetzelfde feestje vieren.

Tijdens concerten geniet ik van de band en zie ik het publiek om mij heen als een noodzakelijk kwaad. Nog nooit heb ik genoten van mensen die keihard door de muziek heen staan te lullen. Als een zanger vraagt of ik mijn handjes up in the air wil steken om er mee te zwaaien alsof ik just don’t care, dan ben ik weg. All the Nico’s in da house say: hell no!

Die weerzin is niet nieuw. In de jaren 80 bezocht ik met mijn oom en mijn vader een bluesfestival in de Meervaart. Meteen na binnenkomst kwam er een man op mij af. Hij droeg de bekende bluesliefhebber-clubkleding. Een broek die doordeweeks in een hondenmand lag en een tour-T-shirt uit 1972 van de legendarische bluesband Carned Milk.

Hij gaf mij een hand. “Hoi, ik ben Geert Hoboken, maar iedereen kent me hier als Mouthharp Chickengrease. Ik heb je hier nog niet eerder gezien? Kan dat kloppen?” Ik zei dat dat klopte. Daarna wenste hij mij een plezierige avond. Ik snapte wat er aan de hand was. Ik was niet naar een concert, ik was naar een clubavond.

Ik mis de mensenmassa’s niet. Sterker nog, de verplichte isolatie voelt voor mij als een onverwachte schoolvakantie van een jaar. Iedere dag hol ik juichend de school uit.

Tijdens het schrijven van deze column hoor ik een stemmetje. “Maar Nico, die mensen in het Vondelpark, dat is toch prachtig. Dat intense verlangen naar je medemens. Warmte voelen van een vreemde. Als één lichaam bewegen. Doen wat al zo lang niet kan: drinken, huilen, lachen en feesten met lotgenoten. Dansen like it’s twenty twenty-four. Dat is toch ontroerend, het kippenvel van een wildvreemde langs je bovenarm voelen schuren?”

Nee, stemmetje. Dat vind ik niet. Ik zie een uitgeklede, banale variant op vrijheid. Vrijheid wordt nog steeds uitgelegd als: met 12.000 mensen naar de Toppers. Mijn idee van vrijheid: een huis vol boeken, een kast vol platen, een tafel vol eten. Deur op slot. Dubbel glas, zodat ik het vieren van de vrijheid minder goed hoor.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden