Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Ik maakte me vaak zorgen om Ahmad

Plus Natascha van Weezel

Ik loop over de Albert Cuypmarkt als ik mijn naam hoor. Ik draai me om en zie Ahmad. Uit enthousiasme laat ik een zware tas vol boeken uit mijn handen vallen. Hij bukt galant en pakt de tas van de grond. Daarna geeft hij me drie zoenen. “Echt Hollands,” gniffelt hij.

Ik leerde Ahmad anderhalf jaar geleden kennen. Ik wilde iets meer doen met mijn leven dan de hele dag soy caramel lattes drinken, dus gaf ik me op als vrijwillig ‘maatje’ bij Vluchtelingenwerk. De organisatie koppelde me aan Ahmad, een dertigjarige asielzoeker uit ­Syrië.

Een paar maanden lang bezocht ik hem elke donderdagmiddag in zijn sociale huurwoning in West. Zijn huis was karig inricht, want hij had nauwelijks geld voor meubels. Op die donderdagen dronken we ­Syrische koffie en keken we naar Arabische televisiezenders.

We communiceerden in het Engels, al gebeurde het regelmatig dat Google Translate voor tolk moest ­spelen. Soms gingen we naar een Turkse banketbakker in de buurt om taart te eten. Hij voelde zich altijd opgelaten wanneer ik betaalde.

Ahmad woonde pas kort in Amsterdam. Vanuit ­Turkije maakte hij een levensgevaarlijke tocht in een rubberen boot over de Egeïsche Zee. Vervolgens woonde hij een paar maanden in een kamp op Lesbos en ­verbleef hij in vier verschillende Nederlandse asielzoekerscentra.

Ik maakte me vaak zorgen om Ahmad. Hij zag eruit als een klein, gebroken vogeltje in zijn veel te grote wintertrui. In gedachten was hij constant bij zijn ouders, broers en zussen, die in Syrië waren achtergebleven.

Na een tijdje begon hij onze afspraken af te zeggen. We verloren het contact.

Nu staat er een zelfverzekerde jongeman in een ­flanellen shirt voor mijn neus. Hij vraagt of ik tijd heb om naar het Sarphatipark te gaan. Als we langs een café lopen, biedt hij me een kopje koffie aan. In een reflex pak ik mijn pinpas tevoorschijn, maar daar wil hij niets van weten: “Ik heb nu werk, dus eindelijk ben ik aan de beurt!”

Hij praat honderduit in het Nederlands: over zijn baan bij een grote winkelketen (hij krijgt binnenkort een vast contract), over het inburgeringsexamen dat er bijna aankomt en over zijn vriendin, die hij via Tinder heeft leren kennen. Hij vertelt dat zijn neef – met wie hij ­samen is gevlucht – een zoontje heeft gekregen. “Het is een fout kind,” voegt hij eraan toe.

Ik kijk hem niet begrijpend aan. “Een fout kind, niet gepland,” verduidelijkt hij. Ik barst in lachen uit: “Oh, een ongelukje bedoel je.” We zitten in de zon en proosten met onze papieren koffiebekers. Ahmad lacht met me mee.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden