Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Ik kwam erachter hoe de scheepjes in de flessen kwamen

Ik kijk rond in het café. Op zoek naar de extra stoel. De overgebleven stoel. Aan de tafel naast mij zit een man in een rolstoel. Waar hij nu zit, moet eerst een stoel hebben gestaan. De man zat er al toen ik het café binnenkwam. In zijn eentje. De bank tegenover hem was leeg. Ik ging er zitten. Aan het tafeltje naast het zijne. We konden elkaar aankijken.

Ik weet niet welke stoel eerst van hem was.

Er is een biertje voor hem neergezet. Zijn lege glas werd weggehaald. Daarna kreeg ik mijn thee. Nu tilt hij zijn glas op. “Proost dan maar. Op het leven.” Een grijns. Ik hou mijn thee in de lucht. “Op het leven.” Ik zet de thee weer neer. De man neemt een slok.

Ik snap niet hoe de man hier is gekomen. In het café. De twee treden naar boven, de smalle ingang, de strak afgestelde klapdeurtjes. Ik kijk naar de deur, dan naar de rolstoel. Ik snap niet hoe het past.

Ik denk aan scheepjes in flessen. Dat snapte ik vroeger ook niet. Als kind. Hoe dat paste. Dat de romp van het schip door de hals van de fles had gekund, dat zag ik wel. Dat ging. Maar dan de masten, de zeilen, soms een schoorsteen van een stoomschip. 

Hoe kregen ze die erin? Mijn ogen gingen op zoek naar lijntjes. Aan de achterkant. Waar de fles opengemaakt moest zijn. Bodem eruit, scheepje erin en dan met zo weinig mogelijk lijm weer dichtmaken. Zo precies dat ik het niet kon zien.

Misschien was hier de achterkant ook wel opengemaakt. Misschien was de man in de rolstoel achterom gekomen. Ik zie een steeg voor me. Vuilniszakken. Een emmer met een mop. Een lege doos met daarop 6 x 48 bitterballen. Rundvlees. De man omzeilt het allemaal. De deur gaat al open voor hij heeft aangeklopt. Door het keukentje, achter de bar langs, stoel aan de kant, vlag in de mast.

Op een gegeven moment kwam ik erachter. Hoe de scheepjes in de flessen kwamen. Toch door de hals. De masten ingeklapt. En dan, als het scheepje op zijn plaats stond, in de zee in de fles, dan werd er aan de touwtjes getrokken. De masten kwamen overeind, de zeilen ontvouwden zich. Dat was de truc. Dat was alles. Ik wilde niet dat het zo ging.

Ik kijk naar de man. Naar zijn nek. Zijn schouders. Er zijn geen touwtjes te bekennen. Het heeft gepast. En ik kon er ook nog bij. In de zee in de fles. Met ergens een stoel teveel. 

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden