Lezersbrief

‘Ik krijg een paniekaanval wanneer ik de buren in pyjama voor de tent zie staan’

Loes Kuynders schrijft over haar vakantie. Dit keer over het ­campinggevoel: geweldig en verschrikkelijk tegelijk. “Op dag vijf praat de buurman niet meer tegen me.”

Beeld ANP

Vol goede moed ga ik voor het eerst alleen met mijn kinderen kamperen. Bij aankomst vertelt mijn buurvrouw dat ze in de schaduw wil zitten, dus besluit ze haar stoel naast mijn raam neer te zetten. Haar man vindt dat een geweldig idee en ze zitten op 5 centimeter afstand met plastic raam ertussen lekker een sigaretje te roken. ’s Nachts zaagt hij de hele camping bij elkaar met z’n gesnurk.

Op de derde dag krijg ik een paniekaanval wanneer ik alle buren in pyjama voor hun tent zie staan. Waarom heb ik ook alweer een dag extra ­geboekt? Ik vraag me af of ik nog terug kan naar zeven dagen. Heb ik kamperen ooit leuk gevonden? De kinderen hebben nog geen vrienden dus ik ben ze aan het overtuigen dat de padvindersclub van de camping écht heel leuk is.

Wanneer ik ’s avonds in bed lig en net te vroeg op de avond naar de wc ben gegaan, blijf ik een uur twijfelen of ik dan in pyjama naar de wc loop of midden in de nacht met het risico dat iemand onze tent insluipt wanneer ik er niet ben. Het is ijskoud buiten en ik loop vloekend naar de wc.

Wat is er eigenlijk mis met een beetje luxe. Is op vakantie in België een wc in directe omgeving luxe of een basisvoorziening?

M’n grootste campingnachtmerrie wordt waarheid; ziek op de camping. Lig een hele dag op ‘bed’ met ruziënde kinderen. Ik was misschien toch liever naar de B&B gegaan bij boer Jan in Ransdorp.

Een dag later voel ik me beter en vraag onze nieuwe vrienden of we met z’n allen naar een stadje kunnen gaan. Het lijkt alsof we elkaar al jaren kennen en we gaan met zijn en mijn dochters op zoek naar Belgische ­wafels. Het is voor ons beiden de ­eerste vakantie zonder partner en we hebben veel aan elkaar. Ik had het niet gered zonder hem en zijn kinderen. Mijn kans om deze week te overleven. Ik wijs hem daarom niet meteen af wanneer hij zegt dat hij voorheen alleen naar vrouwen met blond haar en blauwe ogen keek.

Op dag vijf praat de buurman niet meer tegen me. Het was waarschijnlijk m’n blik toen hij in z’n onderbroek voor de tent stond en opmerkte wat het nou uitmaakt of je in zwembroek naar buiten gaat of in onderbroek.

Ik herken het gevoel van toen ik net verhuisde naar het dorp. Het ­campinggevoel; geweldig en verschrikkelijk tegelijk.

Loes Kuynders, Landsmeer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden