Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik kreeg zin in sneeuwverhalen. En dan moet je bij de Amerikanen zijn

PlusMaarten Moll

Een kleine gemeenteshovel met een enorme oranje borstel op een beweegbare mechanische arm veegde met grof geweld de stoep van het verzorgingstehuis hiertegenover schoon.

Even later stopte er een zoutkar voor het tehuis. De hulptroepen. Twee gemeentewerkers strooiden zout op de stoep. De een met een schep, de ander, als de zaaier van Van Gogh, uit de hand.

Daarna werden er ook nog wat randjes weggebezemd.

De stoeptegels lagen erbij alsof er nooit sneeuw op was gevallen.

Er kon weer gelopen worden.

De sneeuw vermoord.

Daar was ik nog niet aan toe. Ik wilde nog even in de sneeuw blijven.

Ik kreeg zin in sneeuwverhalen.

En dan moet je bij de Amerikanen zijn.

Lorrie Moore had zo’n verhaal geschreven, herinnerde ik me.

Ik trok haar verhalenbundel Vogels van Amerika uit de kast.

In het boek zat een bon van De Slegte, toen nog gevestigd in de Kalverstraat 48-52. Ik heb het boek precies zeventien jaar en één dag geleden gekocht. Op 10 februari 2004, om 15.10 uur. (Wat deed u op die dag?)

Maar het verhaal, Hoge cijfers, waarin een jongen in de sneeuw door een duivel achternagezeten wordt, gaat niet over sneeuw, en de scène met de duivel in de sneeuw omspant nog geen twee bladzijden.

Het blijft aanmodderen met het geheugen.

En de sneeuw tijdens de eendenjacht in een verhaal van Richard Ford had ik ook verzonnen, bleek toen ik het verhaal Communist herlas. En de eenden waren ganzen. (Het verhaal staat wel in de ontzettend goede verhalenbundel Vuurwerk.)

Ik nam, uit frustratie, de makkelijke weg en greep de verhalenbundel Jagers in de sneeuw van Tobias Wolff uit de kast. Bladzijde 12, het titelverhaal.

‘Tub stond al een uur te wachten in de vallende sneeuw.’

Hè, hè.

Goed verhaal, waarin een stel vrienden erachter komt dat ze misschien toch niet zulke goede vrienden zijn

(er wordt er een neergeschoten).

En in Waar het geld bleef, van Kevin Canty, staat het verhaal Het noordelijke bos. ‘Het drong pas goed tot me door dat ik was verdwaald toen ik de sporen van mijn eigen laarzen in de sneeuw tegenkwam. Ik liep in kringetjes rond.’

Ik las. Af en toe keek ik op, zag ik de sneeuwvrije stoep hiertegenover, en dook meteen weer weg in de sneeuw.

Misschien wel het mooiste verhaal dat zich in de sneeuw afspeelt is Naar het noorden. Een kleine roman in bijna dertig pagina’s over een verzand geraakt huwelijk. Het staat in Het dodevissenmuseum van Charles D’Ambrosio.

Er komt geen sneeuwschrobber in voor, en er wordt niet met zout gestrooid.

Het is een melancholisch, triest verhaal. Triest als de aanblik van de bruinige, in de goot van de stoep voor het verzorgingstehuis hiertegenover geschoven sneeuw.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden