Column

Ik kreeg mijn eerste kus op het Johan Cruijffplein

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Het Stadionplein draaide in mijn jeugd nooit echt om het stadion. Mijn vrienden en ik noemden het ook niet het Stadionplein, maar het Kermisplein of het Febo­plein. Dat stadion lag er maar een beetje bij.

Aan kapstokken hangt altijd een jas die je nooit meer draagt en zo hing het Olympisch Stadion ook een beetje aan de rand van onze buurt.

Onze buurt, ja. Amsterdam-Zuid was in die tijd van Jules, Mathias en Jamie. Mathias woonde op de Pieter Lastmankade en Jules en ik woonden in de Okeghemstraat.

En niet dat we het stadion niet mooi vonden of zo, maar er gebeurde gewoon te weinig. In de Febo op het plein gebeurde veel meer. En buiten het Febohuisje was het helemaal feest. Daar stonden de reigers op auto­daken.

Als ik aan Amsterdam denk, denk ik aan reigers op de daken van Ford Sierra's en aan mannen en vrouwen die in een zojuist opengebeten kaassoufflé aan het blazen zijn.

In maart stond er steevast een gigantische kermis op het plein. Van de chinees tot aan het tankstation. De kermis bleef er dan een week staan, maar het voelde als een jaar. Mijn vrienden en ik liepen zo'n tien keer per dag over de kade naar het plein. In de verte hoorden we dan The Prodigy en N-Trance.

Het nummer Set You Free was van ons zoals de buurt ook van ons was. When I hold you baby. Feel your heartbeat close to me. Want to stay in your arms forever. Only love can set you free.

En daar liepen we dan. Met gele gelklontjes in onze haren en guldens en rijksdaalders in de zakken van ­onze spijkerbroeken. We liepen over het plein als ­koningen.

Met onze kinnen nog plakkerig van de suikerspinnen probeerden we teddyberen te winnen voor de vriendinnen die we nog niet hadden. Het stadion ­bestond niet.

En als de avond viel en de triljarden lichtjes in onze ogen dansten, waren we zo gelukkig dat we gewoon ­tegen elkaar konden zeggen dat we van elkaar hielden.

Op precies zo'n avond, in het jaar 1994, had ik voor het eerst een vriendinnetje voor wie ik dingen kon winnen. Ze droeg van die gekke LA Geargympen die twee kleuren veters hadden.

En ik, ik zoog vooral op zonnepitten, omdat ze op de dag dat ze verkering aan me vroeg tegen me had gezegd hoe cool ze het vond dat ik op zonnepitten zoog.

Op die avond, toen ons karretje door het minst enge spookhuis ter wereld tufte, zoende ze me vol op de mond. We hadden net poffertjes gegeten, dus haar lippen droegen de smaak van roomboter en poedersuiker met zich mee.

Sinds gisteren is deze herinnering alleen nog maar mooier geworden. Ik dacht namelijk altijd dat ik mijn eerste kus op het Stadionplein had gekregen, maar nu weet ik dat ik mijn eerste kus op het Johan Cruijffplein kreeg.

In de buurt van de botsauto's. De avond was net ­begonnen met te vallen. Ik had een blauwe teddybeer voor haar gewonnen. En het leven lag nog als een leeg strand voor onze voeten.

Ik kreeg mijn eerste kus op het Johan Cruijffplein. Zij was net vijftien geworden en ik, ik was al een paar maanden volmaakt veertien.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden