PlusColumn

Ik kon mijn pijn wegzingen op de tune van The Love Boat

Thomas AcdaBeeld Wolff

Het is druk in de wachtruimte van de fysiotherapeut. Als je bedenkt dat boven nóg een verdieping is met precies dezelfde wachtruimte en behandelkamers, kun je maar tot één conclusie komen: de stad ligt in de lappenmand.

Er zijn veel apparaten waarmee men zich, al dan niet onder begeleiding, terug in de ratrace kan werken, maar de mensen om me heen zijn daar nog niet aan toe.

Het nu-punt-ennellen op de telefoon is al een inspanning die niet doorlopend te volbrengen is. De elleboog protesteert, de nek moet om de minuut geknakt, het ene been over het andere blijkt binnen een seconde een domme ingeving - en dan heb ik het nog alleen maar over mezelf.

Maar ja, ík ben artiest, aansteller van beroep. Om me heen zitten topsporters die verbijten als tweede natuur hebben ingebouwd. Als die kreunend overeind komen wanneer de therapeut hen met een beleefde hoofdknik komt halen (je noemt de beroemde naam niet en dat is logisch - privacy), weet je dat er echt iets aan de hand is. Ik zie ineens geld!

Die lange daar gaat echt nog niet in de spits dit weekend. Dé klassieker in het Zuiden zal zij moeten laten lopen, gezien haar gestrompel. Ai, als hij de verdediging niet kan leiden zondag ... waarom verkopen ze geen Toto-formulieren hier?

Ik was bij de oprichting van dit bedrijf, ooit. Ze werkten ergens anders, Wouter en Leo, een wonderlijk duo. Wonderdokters. Toen al zo druk dat ze mij beleefd vroegen om zeven uur 's ochtends te komen en of ik het niet vervelend vond als zij dan ondertussen wat bespraken.

Het was 1991, ik zat nog op school en mijn enkel lag in puin, dus al gingen ze met de hele familie barbecueën terwijl ik hier in mijn onderbroek lag - als ze me maar heel maakten.

We ontdekten dat ik mijn pijn kon wegzingen op de tune van de tv-serie The love boat en dat zij ondertussen prima konden vergaderen. Terwijl Leo zijn elleboog door mijn enkel probeerde te wurmen, 'LOOOOOOOVE BOOOOOAAAAAT, G$@#@%$#%!' liep Wouter de bespreekpuntjes langs. 'Wat dacht je van dit lettertype? En de naam: Fysiomen? Te gay? Fysiomedici... Fysiomedi... Fysiomed?'

26 jaar later kijk ik om me heen, in hun wachtruimte, en denk: hard gewerkt, jongens. Chapeau. Dan zie ik mijn fysiotherapeut. 26 jaar lang is hij al beleefd tegen mij. Logisch. Aan mij kun je blijven verdienen. Dan hoor ik mijn naam en met een kersverse blessure aan mijn ego sta ik op.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden