Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ik kon er slecht tegen als de hele zaal tegen mij was

PlusTheodor Holman

‘Ben je nu overtuigd, Holman?”

“Waarvan moet ik overtuigd zijn?”

“Dat die vaccins een groot gevaar vormen voor onze samenleving?”

“Daar ben ik niet van overtuigd.”

“Denemarken stopt met AstraZeneca en wij stoppen met het Janssenvaccin. En jij bent niet overtuigd dat deze vaccins een gevaar vormen voor de mensheid? Vind ik dom, Holman.”

“Niet vaccineren is gevaarlijker dan wel vaccineren.”

Wanneer volwassen mannen welles-nietes spelen, worden het kleuters die zin krijgen in echte vuurwapens.

In elke discussie is er een punt waarin beiden denken dat ze gelijk hebben en de een de ander nimmer kan overtuigen.

Dat punt ontstaat meestal snel.

Daarom zijn debatten zinloos. Nog nooit van mijn leven heb ik gehoord: “Ik heb naar je argumenten geluisterd en ik moet zeggen: ze zijn overdonderend. Hoe heb ik ooit zo stom kunnen denken? Aanvaard mijn excuses voor mijn domme redeneringen en voortaan huldig ik jouw standpunt.”

Er is een tijd geweest – direct na de moord op Theo van Gogh – dat ik altijd wel te porren was voor een mooie maatschappelijke discussie, en ik prijs mij gelukkig dat ik in die tijd werd bewaakt. Het publiek droeg mij namelijk niet op handen. Integendeel. Ik merkte dat ik er slecht tegen kon als de hele zaal tegen mij was.

Met twee, drie grapjes probeerde ik de sfeer wat te veraangenamen, maar toen ik merkte dat mijn humor als grievend werd ervaren (‘Je neemt ons niet serieus!’), werden mijn argumenten verlegen, stotterend, onzeker en bovenal zacht van toon te berde gebracht, wat geen sterke indruk maakte. Sindsdien heb ik mij nimmermeer laten verleiden tot een debat.

Het lijkt nu of de helft van Nederland aan debatimpotentie lijdt, terwijl de andere helft zijn paranoia viert als de normale geestes­gesteldheid.

“Er zijn zoveel bewijzen van hele grote geleerden dat de Chinezen microscopisch kleine zendertjes in dat vaccin hebben gestopt, zodat ze straks controle over je hebben.”

“Maar zelfs dan, buurman, is het toch beter om dat vaccin te nemen, dan om het risico te nemen dat je covid krijgt.”

“Onzin!” zegt hij.

Wie ‘onzin’ zegt, meent dat hij het debat heeft gewonnen. Het is de sluitsteen in een discussie. De zin die jij hebt gesproken, is een onzin. De zin die hij gaat zeggen ook. Zo worden alle zinnen zinloos. Als alle zinnen zinloos zijn, ben je echt in het land van Onzin.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden