James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik kom mijn vaders tumor steeds tegen in mijn dromen

PlusJames Worthy

Ik kom de tumor van mijn vader steeds tegen in mijn dromen. Een paar nachten geleden zag ik hem door de Huidenstraat fietsen op een dure, Italiaanse racefiets. Hij zag er onschuldig uit. Een knobbel met armen en benen. Aan zijn stuur hing een katoenen tasje.

Gisternacht zag ik hem op de Mozartkade. Hij zat op een bankje aan het water. Ik ging naast hem zitten. Hij herkende me.

“Alles goed?” vroeg ik.

De tumor slaakte een vermoeide zucht.

“Het kost veel kracht om zo kwaadaardig te zijn.”

“Dat begrijp ik. Waarom ga je niet even op vakantie? Ben je weleens op Sardinië geweest?”

“Ik heb vliegangst,” zei hij.

“Dus als mijn vader zijn vliegbrevet haalt, ga je misschien weg?”

“Het kost minimaal een jaar om zo’n brevet te halen.”

“Er bestaan spoedcursussen.”

“Hij slikt morfine. Geen enkele vlieginstructeur gaat hem meenemen.”

“Iedereen is omkoopbaar,” zei ik.

“Iedereen, behalve ik.”

“En toch ga ik het proberen. Wat nou als je naar mijn linkerbeen verhuist? Mijn linkerbeen is een A-locatie.”

“Dat trucje ken ik. Dan verhuis ik naar jouw linkerbeen en een dag later hakt een mens in een wit schort dat been eraf.”

“Misschien, maar dan plant ik dat been in de tuin. Lijkt dat je wat? Dan kan je pas echt gaan groeien. Tot de wolken, man. Een kwaadaardige bonenstaak. De mensen zullen in je klimmen. En dan net voordat ze bij de wolken zijn, gooi je ze van je af. Dat moet toch de natte droom van iedere tumor zijn?”

“Kwaadaardige tumoren dromen niet. Waarom denk je dat ik er zo moe uitzie? Bijna al mijn vrienden hebben een burn-out.”

“Waarom heb je eigenlijk voor mijn vader gekozen?”

“Ik zag hem een keer op een tankstation in Noord. Hij stond bij pomp 3. Ik denk dat hij net klaar was met werken. Hij had schone kleren aangetrokken, maar zijn lichaam zweette nog. Hij zag er zo gelukkig uit. Je vader pakte een krentenbol voor zichzelf en een chocoladereep voor je moeder die thuis op hem aan het wachten was. Toen rekende hij af. Ik wist het meteen.”

“Verdomme. Het was dus liefde op het eerste gezwel?”

“Zo zou je het kunnen zeggen. Kijk, mijn vader en moeder waren allebei goedaardig. Mijn moeder bakte koekjes en mijn vader droeg corduroy broeken. Ik wist al vrij jong dat ik anders was. Toch leek het me een keer mooi om goedaardig te worden. Misschien heb ik daarom voor je vader gekozen. Misschien hoopte ik dat zijn goedaardigheid op mij af zou geven of zo.”

“Champagne vlekt niet.”

“Dat snap ik nu ook. Maar ik moet terug naar je vader. Mijn pauze is voorbij. En jij moet wakker worden.”

Toen de tumor op zijn dure racefiets stapte, liet ik het punaises regenen. Ik wilde nog niet wakker worden. Ik wilde hem met twee lekke banden op het fietspad van de Apollolaan zien staan.

Maar toen werd ik wakker. Ik klikte de televisie aan en keek naar het weerbericht.

Matige temperaturen en weinig kans op punaises.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden