Column

Ik kijk naar de lege doos. Niemand speelt ooit met de doos

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik zet de doos van het Playmobilpiratenschip netjes naast de twee vuilniszakken die ik eerder al op straat zette. De zakken staan mooi rechtop, alsof ze hebben gehoord dat er straks iemand langskomt die heel ­belangrijk is.

De doos is leeg. Alles wat gisteren nog los in hem zat, staat nu in elkaar gezet in onze huiskamer. Het is een prachtig schip. De verkoper in de speelgoedzaak klopte enthousiast op het karton toen ik de doos naast de kassa neerlegde.

"Wat een mooi ding, hè? Het is een aanvalsschip. Ik heb er laatst ook een voor mijn kind gekocht. Met korting, dat wel."

"Ja, het is een plaatje, ik denk dat mijn zoon hier erg blij van gaat worden."

"Is hij jarig? Moet ik het inpakken?"

"Nee, hoor. Hij is niet jarig. Ik vind het af en toe ­gewoon leuk om iets voor hem te kopen. Zomaar, zonder reden."

"Gewoon zomaar, ja?"

"Ja. Dat zijn de leukste cadeaus."

"Ben je niet bang dat je hem verwent?" vroeg de verkoper.

"Nee, totaal niet. Als het kon, gaf ik hem de wereld. Op een dag ga ik dat ook echt proberen. Ik weet niet hoe, maar ik denk met een heel grote pincet vanaf de maan. En dan stop ik de wereld in een luciferdoosje met wat watten. Als hij dan de volgende ochtend ontwaakt, ligt de wereld aan zijn voeteneind. Daar heeft hij recht op. Dat is het, denk ik. Iemand die mij in vijf jaar al zo verschrikkelijk veel heeft gegeven, kan ik onmogelijk verwennen."

De verkoper tikte nogmaals op het karton, schoof de grote doos in een nog groter tasje en schonk mij een zeer bescheiden afscheidsknikje en een onnodig lange kassabon.

Ik kijk naar de lege doos. De bovenkant van de doos staat open. Zijn vier kleppen lijken op bloemblaadjes. Het is de treurigste bloem die ik ooit heb gezien. Niemand speelt ooit met de doos.

Een jongen fietst langs. Hij is ongetwijfeld onderweg naar school. Zijn rugzak is net zo groot als De Nachtwacht. Hij kijkt naar de doos en brengt zijn fiets tot stilstand zoals alleen jongens van acht een fiets tot stilstand kunnen brengen. Met een jaloersmakende achteloosheid.

"Is die doos van u?"

"Niet meer, je mag hem hebben. Wat ga je ermee doen?"

"Ik ben een robotpak van karton aan het maken en ik heb nog een romp nodig. Om eerlijk te zijn ben ik nog niet echt begonnen en heb ik alles dus nog nodig, maar dit is een goed begin. Een supervet begin zelfs. Wat zat er in die doos?"

"Een groot piratenschip, twee kanonnen, vier kanonskogels, een aapje en drie piraten."

"Maar drie piraten?"

"En een slingeraap."

"Dat is best een dunbevolkt piratenschip, meneer."

"Inderdaad."

Met één hand aan het stuur en één hand in het karton fietst de jongen weg. De doos glimlacht van klep tot klep. De wind vult zijn binnenkant.

De doos is nog nooit zo gelukkig geweest. Hij voelt zich zoals het luciferdoosje waar de wereld in past.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden