null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ik keek met open mond naar mijn fietsenmaker

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Ik fietste deze week een avond zonder licht, en meteen de angst voor oom agent.

Heel lang geleden, na een avond vakkenvullen in de Torro, reed ik naar een vriend. Ik had er natuurlijk niet aan gedacht mijn licht, dat al een week kapot was, te maken. Vlak voor ik bij die vriend aankwam: aangehouden door de politie. Ze reden al een tijdje achter me. Ik was ook twee keer door rood gereden. De hele avond voor niets gewerkt.

Het is de stomste boete die je kunt krijgen.

De volgende dag meteen mijn licht gemaakt, denk ik (waar zijn de herinneringen als je ze nodig hebt). En een paar dagen geleden meteen naar Ric gegaan, van fietsenmaker Segijn en Van Wees. Ric keek even naar mijn koplamp, prutste er wat aan, tilde het voorwiel op en gaf een ruk aan het wiel.

En er was licht.

“Los stekkertje,” zei Ric, en ik voelde me een enorme sukkel.

Ik bedankte Ric. Hij veegde zijn handen af aan een lap.

“Zeg…”

Ik keek hem aan.

“Dat boek, Kruispunt…”

Ric en ik hebben het ook altijd over literatuur.

“Ja, goed hè, die Jonathan Franzen!”

Ric keek me aan alsof ik hem heel erg had teleurgesteld, want ik had hem de roman aangeraden.

“Ik ben tot bladzijde 111 gekomen.”

“Niet verder?” zei ik.

“Nee,’’ zei Ric.

“Hoe komt dat?”

“Op die bladzijde hebben ze seks.”

Ik herinnerde me dat niet meer.

“En?”

“Die taal,” zei Ric verontwaardigd. “Bleke of roomwitte dijen.”

Hij trok een gezicht alsof hij in een catalogus van veel te moderne hipsterfietsen keek.

“Maar Ric!” zei ik.

“Brrrrr,” zei Ric.

“Het speelt zich af in de jaren zeventig,” zei ik.

“Vrouwelijke vochtigheid.” Neerwaartse mondhoeken.

“Kriebelend schaamhaar,” ging hij maar door.

“Ja, en mannen hielden hun sokken aan,” zei ik, enigszins berustend.

“O ja, mannen,” zei Ric. “Hoe noemt hij dat bij een man... zijn zwelling of zo?”

Ik knikte maar.

“Vreselijk.” Hij sloeg met de lap op het voorwiel van mijn fiets.

“Ik heb maar twee keer een boek weggelegd. De cirkel van Dave Eggers, en dit boek dus…”

“Heb je De slinger van Foucault wél uitgelezen?” zei ik. Ric is een Umberto Eco-man. Maar hij ging er niet op in.

“Zeg dan gewoon: ze gingen met elkaar naar bed en laat het daarbij. Witregel, en verder.”

We zwegen even.

“Ik vond het wel een mooi boek,” zei ik.

Ric schudde zijn hoofd.

“Als een vriend vraagt: hoe was je vakantie? Nou, het zonnetje scheen en we zaten in het gras met lekkere kaasjes en een wijntje en toen ging ik met mijn handen onder de rok van mijn vrouw en ik streelde haar bleekwitte dijen en ik voelde haar kriebelende schaamhaar en daarna trok ik haar vochtige vrouwelijkheid tegen mijn zwelling aan...”

Ik keek met open mond naar mijn fietsenmaker.

“Dan zegt die vriend toch: ‘Ric, doe me een plezier, hou op, schei uit!’”

Ik knikte weer.

“Nou dan! Waarom moet ik dat dan in een roman lezen?”

En daarmee trok hij definitief het stekkertje uit Kruispunt.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden