Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Ik kan niet meer doen alsof dit coronabeleid doodgewoon is

PlusJohan Fretz

Tegelijk met de val van Mark Rutte, (een val die trouwens met de dag minder op een val gaat lijken en meer op een valstrik), is er iets in mij geknakt. Ik was wat betreft het corona­beleid nooit een blinde gelovige geweest. Eerder een gedoger. Ja, de lockdowns waren afschuwelijk. Ze sneden langzaam, als sluipmoordenaars, de zuurstoftoevoer af naar onze ziel. Zo traag, dat je er bijna geen erg in had hoe wezenlijk de voortdurende afstand en verwijdering tot de anderen, dierbaren of vreemden, tot de aanraking en de zindering, je van binnen opvrat. Toch bleef ik braaf binnen.

Logisch: toen de pandemie losbarstte was ik net voor het eerst vader geworden. Mijn zoon was pas vier maanden oud, nauwelijks groter dan twee volwassen handen. Dus toen de mensen rollen wc-papier begonnen te hamsteren en de premier met het slechte geheugen vanuit het Torentje plechtig zei dat we onszelf moesten opsluiten, toen kon ik niet anders dan instemmen. Ik was nu een vader, die zijn zoon moest beschermen en daarom was het van het grootste belang dat ik mijn gezonde verstand niet zou verliezen. Om hem ervan te kunnen overtuigen dat hij in een veilige en geborgen wereld was terechtgekomen, moest ik dus zelf ook doen ­alsof dit allemaal de gewoonste zaak van de wereld was.

Lang was mijn veerkracht en geduld bovenmenselijk groot en trotseerde ik de coronadips routinematig. Ik putte vertrouwen en energie uit de overtuiging dat een jonge vader het zich nu eenmaal niet kan permitteren om zich te laten neerslaan door de omstandigheden. Omdat omstandigheden nu eenmaal altijd en voortdurend veranderen, maar je nooit kunt zeggen: onder déze omstandigheden, val ik erbij neer.

De grote ogen van mijn zoon staarden me elke dag aan. Hij moest het nog leren: bang zijn. Hij was zich van geen kwaad of mutatie bewust en trok het mondmaskertje vrolijk lachend van mijn gezicht, alsof het bedoeld was om kiekeboe mee te spelen. Ik hield me groot voor hem, maar hij hield mij evengoed grootmoedig.

En toch: na het debat over Omtzigt, actieve herinneringen, en de heropstart van de Haagse paringsdans, lukt het me niet meer. Alsof de deuk in Ruttes premierschap en de tragisch blijmoedige manier waarop hij zich nu alsnog aan de macht vastklampt, het voor mij ook onmogelijk maakt om nog langer te doen alsof dit doodgewoon is. Met droge ogen naar zijn persconferenties te kijken. Hem plechtig te horen oreren over de noodzaak dit ‘samen onder controle te krijgen’.

Nee, je zult mij niet op het Museumplein zien staan met borden waarop staat ‘NOS Fake News’ of ‘Vaccinazis’. Geef mij in vredesnaam die prik, liever vandaag dan morgen. Toch zijn de schellen me van de ogen gevallen. ‘Zorg goed voor elkaar’, zag ik op het station en plotseling kookte ik van binnen. Alles in mij wilde die poster van de muur rukken. Hoe kunnen we voor elkaar zorgen, als we elkaar nog langer niet mogen vasthouden?

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden