James Worthy Beeld Agata Nowicka

Ik kan alles worden, alles, behalve mijn moeder

Plus James Worthy

Op de vijfenzestigste verjaardag van mijn moeder eet ik ravioli. Ik kijk naar haar vanaf de andere kant van de tafel. Het is rustig in het restaurant. Alleen onze familie is er.

“Hoe is je ravioli?” vraagt een oom.

“Ik weet het niet, maar ik vind het gewoon leuk om te zeggen. Ravioli. Er zit knolselderij in en zwarte knoflook en de saus is gemaakt van sjalot. Heb jij een gerecht waar je weinig voor voelt, maar toch af en toe moet bestellen, omdat je het leuk vindt om uit te spreken?”

“Ja hoor, wat jij met ravioli hebt, heb ik met tiramisu. Dat vind ik zo’n vrolijk woord. Maar echt lekker vind ik het niet. Ik ben te oud om dronken te worden van lange vingers.”

Terwijl de oom zijn haat-liefdeverhouding met lange vingers beschrijft, kijk ik naar mijn moeder.

Ik weet niet of ik op haar lijk, maar ik weet wel dat ik op haar wil lijken. Haar zachtheid, haar geduld, haar genade. En die ogen. Haar ogen vertellen mij nog steeds dat ik alles kan worden. Ik ben bijna veertig, maar ik ­geloof haar ogen. Ik kan alles worden, alles, behalve mijn moeder.

De oom zoekt op zijn telefoon op hoe je mozzarella schrijft, maar ik kijk nog altijd naar de vrouw die me leerde fietsen. Dankzij haar weet ik hoe je liefde schrijft.

Als kind had ik vaak buikpijn. In die tijd noemde de dokter het een spastische darm, tegenwoordig noemt de medische wereld mijn darm prikkelbaar. Ik weet nog dat niets tegen de pijn hielp. En het deed echt pijn. Het voelde alsof mijn buik was veranderd in een achtbaan voor scheermesjes. Dan verscheen de hand van mijn moeder. Gewoon een hand. Vijf vingers en een palm.

Ze plaatste haar hand op mijn buik. De duim boven de navel en de rest van haar vingers eronder. Als een kruimeldief zoog ze de pijn uit mijn lichaam en maakte van dat wat prikkelbaar was iets flegmatisch.

“Tortellini vind ik ook wel geinig,” zegt de oom.

Mijn moeder lag in mijn jeugd vaak voor de kachel. Mijn zus en ik gingen dan naast haar liggen, maar we hielden het niet lang vol. De kachel stond te hoog voor ons.

Op de vijfenzestigste verjaardag van mijn moeder eet ik tiramisu. Terwijl ik het toetje eet, kijkt ze naar mij. Ik kijk terug. We zijn Amsterdammers, onze blikken kruisen elkaar drie keer. Mijn hart zingt dat ie van haar houdt en ik playback mee met mijn mond.

Ik heb mijn moeder de laatste jaren niet meer voor de kachel zien liggen. Waarschijnlijk zijn de rollen omgedraaid. Ik denk dat de kachel soms voor mijn moeder gaat liggen.

Teuntje, ik hou van je.

Ik kan alles worden, echt alles, behalve jou.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden