Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Ik hunker naar een nieuwe Martin Bril en Simon Carmiggelt

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Gisteren las ik me door een klein bergje dagbladcolumns. Die en die van de NRC schreef dat die en die van de Volkskrant verkeerde dingen schreef over wat die en die van de NRC over iemand in de Volkskrant had geschreven. In deze krant, Het Parool, schreef deze of gene dat ze ooit iets in een column had geschreven over die en die en dat ze dat terug wilde nemen. Het was dus tóch een lul.

Ik dacht: wat zouden Martin Bril en Simon Carmiggelt in deze tijd hebben geschreven? Zo hard raast het leven door. Bril is twaalf jaar geleden overleden, maar het is ondenkbaar dat hij ons nu drie keer per week op de hoogte zou hebben gehouden over zijn corona-ideetjes, de opwarming van de aarde en Lil Kleine.

Ik hoop zo ontzettend dat Martin Bril op deze plek zou hebben geschreven over een eenzame linkerschoen langs de snelweg richting Zwolle. Even geen verhaal van een columnist die uitlegt waarom China het op het platteland helemaal verkeerd aanpakt, maar een mijmering over de eigenaar van die schoen.

‘Kilometers verder keerde ik pas om. Die schoen, ik wilde hem vasthouden. Ik weet niet waarom. Misschien om hem te troosten. Jarenlang om een voet zitten, ’s nachts wachten in het halletje van het huis en dan gelukkig de vertrouwde voet. Zo gedacht, zo gedaan. Daar stond ik, met de schoen tegen mijn borst. In de verte verlichtte Zwolle de hemel. In die stad lachte nu iemand heel hard om wat een ander zei, maar bij mij viel er even helemaal niets te lachen. Niets is verdrietiger dan een verlaten schoen.’

Enfin.

Ik hunker naar een nieuwe Bril, naar een nieuwe Carmiggelt, maar ik ben ook blij dat ze dit niet meer hoeven mee te maken. Ik denk dat Simon Carmiggelt uiteindelijk een heel klein beetje zou zijn gezwicht. Hij zou in een column over een bezoek aan een fictief café een rauwdouwer aan het woord hebben gelaten.

‘Weet u wat het is meneer. De mensen klagen te veel. Ze zeuren, meneer, dat ze door de corona hun moeder niet meer kunnen vasthouden. Maar als ik dan ook wat mag zeggen, meneer, dat hadden die klootzakken jaren eerder kunnen bedenken. Gewoon, voor haar gaan staan, armen om haar heen, met je kop tegen de vrouw die jou in haar buik heeft gehad en dan zeggen wat er in je opkomt. Mijn moeder was een sekreet, meneer, maar dat zou ik dan niet zeggen. Nergens voor nodig.’

Simon, Martin, jullie missen niets.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden