Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik hou van Nescio, maar ben niet echt een biografielezer

PlusMaarten Moll

De biografie van Nescio is er.

Ik hou van Nescio, maar ben niet echt een biografielezer. Naast het rijtje John Fante staat in mijn boekenkast de Fantebiografie van Stephen Cooper. Nog ongelezen. Net als de biografie van Fallada en dat boek over Salinger van Shields & Salerno.

Die van Richard Yates is tijdens een verhuizing boventallig verklaard. Geschreven door Blake Bailey. Ook de biograaf van Philip Roth. Die biografie las ik onlangs wel, en bijna (1000 pagina’s) in een adem uit. Wat een boek!

Ik laat de biografie van Nescio nog even liggen.

Wel pakte ik De uitvreter/Titaantjes/ Dichtertje/Mene Tekel uit de kast en las er wat in. Daarna ging ik in het Oosterpark kijken bij het beeld van De Titaanjes van Hans Bayens.

Fijn beeld. Drie mannen op een bankje. Van links naar rechts: de hemelbestormers Hoyer, Bavink en Koekebakker. ‘Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe ’t moest.’ Ja ja. ‘Heele zomernachten stonden we tegen ’t hek van ’t Oosterpark te leunen en honderd uit te boomen.’

Dat werd niks, natuurlijk. ‘We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is.’

Hoyer is van de Titaantjes mijn man, misschien omdat hij een beetje ongrijpbaar is. Hij duikt voor het eerst op in hoofdstuk 3 van De uitvreter. ‘Ik had dien avond juist den langen Hoyer op bezoek, die weer eens van Parijs was komen aanwaaien en nu zat op te hakken over z’n werk en over de meiden, met een strohoed op, in November, en een zalmkleurig jasje aan.’

Die strohoed draagt hij ook in het Oosterpark.

Een paar bladzijden verder: ‘Hoyer had een theorie dat bier nooit kwaad kon. Wij dronken er dus aanzienlijke hoeveelheden van.’

Vriend S. is ook een Nesciofan. Ooit zagen we, hoog in de Stadsschouwburg, de voorstelling De uitvreter. Toen de acteur, het was een solovoorstelling, weer zo’n memorabele Nesciozin uitsprak keken we elkaar geroerd aan. ‘Nee,’ zei Japi, ‘de jenever is ’t niet. lk geloof dat mijn ziel te groot is.’

Daarna naar de kroeg, met de theorie van Hoyer.

Later waren we bij een concert van Dale Watson in de kleine zaal van Paradiso. Om te huilen zo mooi.

We haalden constant biertjes, en citeerden telkens Nescio.

Na het concert stond Dale bij de tafel met cd’s en t-shirts, boven aan de trap.

Ik ging hem een hand geven.

Ik keek Dale in zijn ogen. In zijn vier ogen.

Dale zag me wankelen, vlak bij de trap. Hij greep mijn hand.

“Are you alright son?” zei hij.

“You know Hoyer?” riposteerde ik.

Dale kende Hoyer niet. Wel hield hij me nog even bij m’n arm vast, tot S. me meenam naar beneden.

“Ik geloof dat mijn ziel te groot is,” riep ik door het trappenhuis.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden