Plus Column

'Ik hou niet meer van Parijs'

Theodor Holman Beeld Wolff

Ik bezichtig in Parijs een prachtig huis.

Het is de woning van een oude vriendin. Ze woonde hier dertig jaar, maar keert terug naar Nederland.

De kamers zijn bijna leeg; alsof pleisters van een geteisterd lichaam zijn getrokken.

"Ik hou niet meer van Parijs," zegt ze.

Precies dezelfde zin sprak ze vijf jaar geleden ook uit. Daar herinner ik haar aan.

Ze knikt.

"Het is alleen maar erger geworden..." Ze wuift de woorden die ze wil zeggen, meteen weg; we hebben er samen al te veel over gesproken, terwijl we elkaar de afgelopen jaren misschien drie keer hebben gezien.

"Ik zou hier wel willen ­wonen," zeg ik.

"Je mag..."

Ik haal mijn schouders op.

"Het gaat je tegenvallen," zegt ze, "jouw Parijs bestaat al sinds 1970 niet meer."

"De stad windt me nog steeds op."

"Dat is na een maand afgelopen als je hier woont en werkt."

De vriendin is bitter; haar ­roman begon ouderwets roman­tisch, maar het lot leek haar alle merkwaardige verhoudingen die ze had, kwalijk te nemen. Toch wist ze haar kinderen een goede opvoeding te geven. Die wonen nu in Leiden.

"Opvoeden moet je een beetje slordig doen," zegt ze, "ik heb mijn kinderen veel geknuffeld, maar nooit thee voor ze gezet, of brood voor ze gemaakt, of hun kleren versteld. Nooit. De één zorgde voor de ander. En met tien waren ze al volwassen."

Ze liegt niet, weet ik.

"En toch zijn het wezens die van me houden. Voor mijn kleinkinderen ben ik trouwens ook geen leuke oma. Ik word te moe van ze, maar ook hen knuffel ik altijd."

Opeens zucht ze.

"Ben ik echt een nare oude vrouw geworden?"

"Ja," zeg ik, "gelukkig wel. Ouderen die altijd maar vrolijk en gelukkig zijn, zijn niet te harden."

"Toch ga ik in Nederland opnieuw beginnen," zegt ze.

"Ik weet het. Is het een leuke man?"

Ze geeft geen antwoord.

"Dus er is toch nog een ­wezen van wie je houdt!" zeg ik.

Ze schudt haar hoofd.

"Hij houdt niet van me. En ik hou niet van hem. Hij wil niet alleen zijn. En ik? Ik wil eigenlijk niks meer doen, ik wil geleefd worden. Bij hem hoef ik niks te doen. Hij denkt voor me, hij doet alles voor me. Dat moet hij doen tot een van ons tweeën dood is."

Er wordt gebeld; de verhuizers komen alles weghalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden