PlusColumn

Ik hoorde het mezelf zeggen: 'Pas op, oppas-opa'

Thomas Acda
Thomas Acda Beeld Marco Hofste
Thomas AcdaBeeld Marco Hofste

Net nadat ik de trap was af gehuppeld, ik had mijn dochter wederom succesvol naar het juiste lokaal gebracht, stond er een oude man op mij te wachten.

Ik moet eigenlijk schrijven: mij op te wachten. Half negen, maandagochtend. Buiten regen. Ik herkende hem. Oppasopa!

De man over wie ik twee weken geleden op ­deze plek schreef. Hij bleek niet gecharmeerd van mijn stukje. Hij drukte zijn vinger in mijn borst bij elke lettergreep vanaf 'niet'. Niet-ge-char-meerd...

'Daar kan ik me alles bij voorstellen,' zei ik snel.

Dat hoefde niet, drukte hij mij, weer letterlijk, op het hart. Dat-hoeft-niet.

Teleurgesteld over het feit dat er ditmaal geen enkel woord met meer dan een lettergreep was langsgekomen, drukte hij nog een keer extra hard.

Als was het een uitroepteken. Had hij uit-roep-te-ken gedaan, was hij beter af geweest, maar ik besloot het hem niet te vertellen. Het deed zo ook al pijn.

Hij was dus niet gecharmeerd geweest. Omdat hij helemaal geen opa was. Tenminste, niet van dit kind. Wel van zijn kleinkinderen uit zijn vorige huwelijk, maar dat-deed-er-nu-niet-toe. Hij kent gewoon niet zoveel meerlettergrepige woorden, bedacht ik, maar deze zes nieuwe vingerstompjes begonnen irritant te worden.

We stonden even in een impasse. Mijn deel van het staakt-het-vingerstompen kwam omdat ik me mijn column voor de geest probeerde te halen.

Zijn deel, denk ik, omdat hij wanhopig op langere woorden probeerde te komen. Na een kleine twintig seconden koos hij toch weer voor gecharmeerd.

Het langste woord uit zijn vocabulaire (wat weer een veel langer woord is). Toen ik zag dat hij zijn stompvinger weer naar achteren bewoog, was ik het zat. Ik pakte de vinger en hoorde mezelf zeggen: 'Pas op, oppas-opa.'

Maar dat klonk natuurlijk anders dan het er hier uitziet. Het klonk als: 'Pasopoppas­opa!'

Pasopoppasopa?

O, man, was ik maar cabaretier geweest! Dan kon het affiche nu naar de drukker.

'Pasopoppasopa?' De man proefde het woord alsof een beschimmelde aardbei zijn mond uitgewerkt moest worden. Een grappig gezicht.

Helemaal omdat ik zijn wijsvinger nog vasthad. Ik deed hem na en moest giechelen. Hij ook.

De directrice liep langs. We keken elkaar aan. We beseften wat ze zag. Twee mannen met de wijsvingers in elkaar, die hun tong uitsteken terwijl ze 'pessoppoppesssopa' zeggen.

Een minuut later zat ik voor het eerst in veertig jaar weer bij de hoofdmeester op de strafbank.

'Dat moet voor jou nog langer geleden geweest zijn, dit,' zei ik, naïef.
En onze ontluikende vriendschap vriest dood in de knop.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden