James Worthy Beeld Agata Nowicka

'Ik hoor net dat mijn slipjes jouw moeder een gore snol vinden'

Column

Op de Stadhouderskade regent het mannenondergoed en vrolijk gekleurde sokken. Een vloekende vrouw hangt uit het raam. Ze is het trottoir aan het bombarderen.

Ik sta op diezelfde stoep, maar het is net alsof ze me niet ziet staan; haar razernij heeft me uitgegumd. ­Iemand heeft haar ontiegelijk pijn gedaan en daarom is ze nu mensenblind.

De vrouw op driehoog kiepert een doos boeken om. De dikke boeken vallen direct naar beneden, maar de dunne boeken slaan zichzelf open en wapperen druk met hun lettervleugels.

Wolkers landt op zijn buik, Cremer landt op zijn rug en Murakami komt neer op een witte Calvin Kleinonderbroek.

Dan zie ik Sombrero Fallout van Richard Brautigan op de straatstenen liggen en meteen voel ik een band met de persoon van wie deze gevallen spullen zijn.

Brautigan is de persoon die ik voor me zie als ik ergens het woord 'schrijver' zie staan. Zijn boeken zijn niet meeslepend, nee, de lezer moet zelf blijven bewegen.

Zijn verhalen staan volledig in dienst van de zinnen. Hij schrijft als stuifmeel in een zomers briesje. En alles draait om de verbeelding. Ik ken geen enkele schrijver die zo prachtig met zijn verbeelding te koop loopt.

Brautigan hoereert zijn fantasie en geeft haar al het geld. En zijn huis. En de kinderen. Hij geeft haar al zijn levens.

In 1984 pleegde hij zelfmoord. Hij was 49 jaar oud. Als ik aan zijn dood denk, moet ik steevast aan een van zijn mooiste zinnen denken: "All of us have a place in history. Mine is clouds."

Er komt een man aangefietst. Een aantal zweetdruppels wacht op een rijtje in zijn haargrens. Ze wachten op het startschot. Wie het eerste bij de kin is wint.

"Wat doe je, schat? Waarom liggen al mijn spullen op straat?" schreeuwt hij. Wat haar antwoord ook zal zijn, ik sta aan zijn kant. Iedereen die Brautigan leest, kan geen fouten maken.

Hij pakt het doosje van een computerspel van de straat en maakt het open. Het is leeg. De man pakt een ander doosje op, maakt het open en ziet dat er drie discs in zitten. We hebben genoeg doosjes, maar nooit ­genoeg tijd om het lege doosje te zoeken, mompel ik in mezelf.

"Ik weet niet waarom ik dit doe, maar het voelt bijzonder goed. Weet je wat het is? Wij maken te weinig ruzie, Marc. Kom eens naar boven, dan mag je mijn ondergoed en mijn boeken uit het raam gooien."

"Maar ik houd van je ondergoed, Eva."

"Speel nou even mee. Kom op! Ik hoor net dat mijn slipjes jouw moeder een gore snol vinden."

De man rent de trap op en niet veel later gooit hij lichtblauw en suikerspinroze damesondergoed uit het raam. Haar boeken volgen. Een boek over supersalades en alles van Isabel Allende. Ook in deze denkbeeldige ruzie sta ik nog steeds aan zijn kant.

Ik loop via het Leidseplein naar huis en denk aan ­Richard Brautigan. Als je boeken uit het raam gooit, landen vrijwel alle boeken op hun rug of op hun buik, maar de boeken van Brautigan komen gewoon op hun pootjes terecht.

'I'll affect you slowly as if you were having a picnic in a dream. There will be no ants. It won't rain.'

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden