PlusColumn

Ik hoopte dat hij zou vallen, maar hij viel niet. Hij niet

Je hebt mannen die kunnen schaatsten en je hebt mannen zoals ik. In dit leven wil ik alles kunnen, ja, ik wil ­alles onder de knie krijgen, totdat er geen ruimte onder mijn knieën meer over is. Maar schaatsen heb ik nooit willen leren.

Ik weet nog goed dat ik een keer met een jeugdvriend en zijn ouders in Drenthe was. En dat we gingen schaatsen op een weiland. Er hingen lampjes en er stond een houten huisje waarin een kachel aan het zwoegen was.

En even verderop stond een koeienstal vol koeien die zich beklaagden over die lampjes en dat huisje. Waarom maakte de boer het alleen gezellig op de momenten dat zij allemaal binnen stonden?

De vader van mijn vriend had een videocamera meegenomen. Van veraf leek het alsof hij een broodrooster op zijn rechterschouder had staan.

Een week later werd ik door mijn vriend uitgenodigd om naar de schaatsfilm van zijn vader te komen kijken. De film begon goed met een close-up van een blauwe reiger die zich door de winter heen aan het worstelen was. Zijn vader had overduidelijk talent.

De reiger had het zo koud dat hij niet meer in staat was om te bibberen. De vogel was rustig aan het wachten op de dag dat de lichtjes weer opgeborgen zouden worden.

"Daar ben jij!" schreeuwde mijn vriend. Hij wees ­lachend naar de Sony Trinitron die in hun huiskamer stond. En daar was ik inderdaad. Ik schaatste over het scherm als een koortslip met kramp.

Daarna zoomde de vader in op de koeienstal. Je kon de koeien zien lachen. Ze lachten me uit. Mijn vriend pakte de afstandsbediening van de bank af en drukte het volume naar 36. Het was afgrijselijk. Je kon de uiers van de koeien horen schuddebuiken.

Mijn zoon is dol op schaatsen. Ik weet niet waarom, maar misschien is het de straf die ik verdien. Gewoon, voor het zijn van een opgever. Voor het niet willen leren.

Gisteravond stonden we samen op de schaatsbaan op het Museumplein. Er waren lampjes, je kon er warme chocolademelk drinken en een toerist uit Canada stopte een poffertje in zijn mond en verbrandde zijn verhemelte. Daarna werd hij boos op zijn vrouw.

We droegen blauwe huurschaatsen en ik zag overal camera's. Een jonge jongen met hockeyhaar schaatste met tweehonderd kilometer per uur tussen iedereen door. Ik hoopte dat hij zou vallen, maar hij viel niet. Hij niet.

Na mijn vierendertigste val keek ik languit liggend op het ijs naar mijn zoon. Voor het eerst in zijn leven zag ik teleurstelling in zijn ogen. En medelijden. Voor het eerst in zijn leven was hij ergens beter in dan zijn vader. Echt beter.

Ik heb natuurlijk vaak tegen hem gezegd dat hij beter kan tekenen en beter kan dansen dan zijn vader, maar dat was niet helemaal waar.

"Neem jij mijn stoel maar," zei hij. Ik pakte zijn stoel vast en werd overmand door trots. Ik was blij voor hem dat hij het wel kon. Ik ging op de stoel zitten en filmde hem met mijn telefoon. In de tram terug naar huis keken we naar het filmpje. Het was prachtig.

De koeien waren nog nooit zo stil geweest.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden