Ik hoop dat hij een van de allergrootsten blijft

PlusTheodor Holman

Het is 3 februari 1983.

Rond ‘3.30 ’s nachts’ staat Maarten Biesheuvel op en zet zich achter zijn bureau. Maarten is dan al beroemd. In 1972 was zijn verpletterende debuut In de bovenkooi verschenen. Dat boek begon met een ijzersterke eerste zin van een ijzersterk verhaal, ‘De heer Mellenberg’.

‘Acht jaren geleden achtte men het voor de eerste maal dienstig mij naar het gekkenhuis te brengen.’ Voor zover ik kan overzien heeft het boek niet één slechte recensie gehad. Integendeel. Je moest ook wel stekeblind zijn om het talent van Biesheuvel niet te zien.

Maar de schrijver – hoewel hij een enorme fantasie heeft – is ook oprecht. Zijn stoornissen hinderen hem af en toe. Door het schrijven lijkt hij zijn angstige wereld te kunnen ordenen; hoe krankzinnig zijn verhalen ook zijn, ze hebben een verband dat soms in zijn hoofd ontbreekt.

Maar die nacht, als hij weer niet slapen kan, besluit hij op een papier ‘Mijn geloofsbrieven’ te schrijven. Aanvankelijk had hij het ‘Eisen voor goed schrijverschap’ willen noemen, maar dat streepte hij door. Hij bedacht tien regels waaraan hij zich wilde houden. Hij gaf ze een Romeinse nummering.

Laat zien dat je mens en dier liefhebt.

Wees kort, vertel alleen een goed verhaal.

Gebruik niet te veel humor. Geen ‘overkill’.

Wees kort.

Overdrijf.

Schrijf zo dat een kind en zijn opa het ­kunnen begrijpen.

Eer en vrees de fantasie. Wees niet ironisch, meen wat je zegt.

Neem niets ernstigs, ook niet het scheppen.

Geniet voor alles van het leven dat zo krankzinnig lang duurt.

Wees bescheiden. Lieg nooit.

Iedere keer als ik iets van Biesheuvel las, herin­nerde ik me deze regels. Ze bevatten poëzie, tegenstrijdigheden, verdubbelingen die komisch werken en ze getuigen van zelfkennis. Dat is precies wat de verhalen van Biesheuvel zo meesterlijk maakt.

Destijds heb ik ze overgeschreven en aan mijn bureau geplakt.

Wie Biesheuvel leest, vaart in zijn geest over geweldige zeeën waar het stormt, waar je God bulderend hoort lachen, waar angst bezworen wordt door de mooiste zinnen en waar de zinnen zelf prettig gestoord raken door de onverwachte vergezichten en ­wendingen.

Gisteren overleed Biesheuvel.

Ik hoop dat hij een van de allergrootsten blijft.

Als hij de tien regels van zijn geloofsbrieven af heeft, dateert hij ze, met tijd en al, en zet er zijn handtekening onder.

Daaronder schrijft hij ‘Gedaan.’ Hij onderstreept het.

Ja, Maarten, het is gedaan.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden