PlusColumn

Ik hoop dat het parkeerplaatsje de hemel is

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Op de begrafenis van een zeventienjarige jongen zie ik honderden foto's van hem voorbijkomen op twee schermen.

Ik zie hem boven een flesje Orangina hangen, ik zie hem in de snelste sportauto's glunderen, ik zie hem met een dolfijn zwemmen, ik zie hem met één van zijn broers op een grote skelter zitten en ik zie hem op een ziekenhuisbed met een verpleegster kaarten.

Maar de foto die mij het diepst raakt, is een foto met een badlaken. De foto is genomen op de parkeerplaats van een strand of een meer.

Zijn moeder houdt het laken omhoog, zodat hij rustig zijn zwembroek aan kan trekken. Of uit, maar daar gaat het niet om, het gaat om het moment. Het gaat om de geborgenheid. Om de allesversmeltende nestwarmte.

Een moeder met een badlaken. Een zoon die zich op zijn gemak voelt door de aanwezigheid van de grote handdoek, maar toch ook haast maakt. Hij weet dat hij in een wereld leeft waar windvlagen bestaan.

Op de begrafenis is het zo druk dat ik moet blijven staan. Ik vind het fijn om te blijven staan op begrafenissen. Zitten is een stap dichter bij liggen en ik wil niet liggen. Ik wil zo ver mogelijk van liggen vandaan blijven. Laat mij maar staan.

Zijn vrienden staan naast me. Ze ruiken naar deodorant en onontgonnen verdriet. Een jongen snottert en veegt zijn tranen met zijn mouw weg.

Een meisje met blauw haar spreekt de zaal toe. Ze heeft het over hun vriendschap en over de gesprekken die ze met elkaar voerden. Hoe hij haar heeft geholpen. Haar heeft gered. Ze eindigt met de zin dat ze dankzij hem al duizend dagen clean is van zelfbeschadiging.

Hij was haar badlaken. De jongen was al meer dan tien jaar ziek, maar hij hielp zo veel andere mensen beter worden. Hij kon zijn eigen pijn niet wegnemen, dus ging hij andermans pijn maar te lijf.

Zijn vader heeft het over juli 2004. Over een vakantie in Frankrijk. Over hoe zijn zoon in de nacht wakker werd van de pijn en dat ze dan samen over de camping gingen lopen. En dat zijn zoon na dat rondje weer kon slapen.

Ik zie ze lopen. Een vader en zoon. Steeds sneller en sneller. Vier slippers in het grind. Ze lopen in onnavolgbare bochten over de camping. Onder scheerlijnen door en langs de jeu-de-boulesveldjes.

Ze lopen zo snel dat de pijn ze niet meer kan volgen. Ze kijken om en zien pijn puffend tegen een boom aanleunen. Jurian en zijn vader zijn uit de schaduw van de pijn gewandeld. Er kan weer geslapen worden.

Ik kijk naar de moeder en denk aan het badlaken. Ze staat er nog steeds. Daar op de parkeerplaats van dat meertje of dat strand. De achterklep van de auto staat open.

De zon schijnt niet, maar het ziet er niet koud uit. Het is warm genoeg om te gaan zwemmen. Het is warm genoeg om een paar handstanden in het water te gaan doen. En om broers nat te spatten.

Ik hoop dat dat parkeerplaatsje de hemel is. Ja, dat zou mooi zijn. Dat de hemel op de parkeerplaats van een meer of strand ligt. Precies achter het badlaken van een moeder.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden