Reza Kartosen-Wong Beeld Artur Krynicki

Ik hield hardnekkig vast aan mijn Nederlandse eetcultuur

Plus Reza Kartosen-Wong

Enkele minuten nadat ons vliegtuig naar Malta de startbaan had losgelaten en een paar wolken had doorkliefd, doofde het ‘stoel­riemen vast’-lampje. Voor twee zakenreizigers in pak was dat het teken om op te staan en hun tas uit de bagagebak te halen. Daar visten ze geen laptops uit, maar broodzakjes met thuis gesmeerde bammetjes waar ze, na deze met elkaar te hebben vergeleken, hun tanden inzetten. Echte Nederlanders.

Aan dat zomervakantie­moment moest ik denken toen mijn moeder onlangs een appje stuurde naar onze familiegroeps­chat. Mijn ouders waren net geland in het Sumatraanse Medan, op weg naar de familie op Java. Geklaag. Over het feit dat luchtvaartmaatschappij Garuda Indonesia niet meer rechtstreeks naar de hoofdstad Jakarta vliegt, hoezo Medan? Maar vooral geklaag over het eten, wat juist een van de pluspunten van Garuda zou moeten zijn. “Gelukkig hadden we broodjes van thuis meegenomen,” sloot mijn moeder geruststellend en wat triomfantelijk af. Echte Nederlanders.

Ik heb het dus niet van een vreemde. In Londen trok ik dagelijks naar een bibliotheek of koffietent om aan mijn proefschrift te werken. Standaard zelfgesmeerde bammetjes in mijn rugzak. Een no-no voor de Britten om mij heen. Díe liepen elke dag naar een van de populaire lunch- en broodjesketens, zoals Pret a Manger of een van de talloze – uitstekende – foodtrucks en eetkraampjes. Mij niet gezien. Ik hield hardnekkig vast aan mijn Nederlandse eetcultuur. Die bammetjes waren een onbewuste en soms ook bewuste uiting van mijn Nederlandse identiteit.

Eten is meer dan voeding, is meer dan brandstof voor het lichaam verpakt in mooie kleuren, geuren en smaken. Eten is cultuur en emotie. Het vormt identiteiten en is daar ook een uiting van. Voor veel mensen is praten over eten daarom betekenisvol.

Zo draaiden de interviews die ik met Aziatische Nederlanders hield voor mijn promotieonderzoek steevast uit op geanimeerde gesprekken over (Aziatisch) eten. En wanneer mijn vrouw en ik op basisscholen voorlezen uit ons prentenboek over het ontdekken van eten uit verschillende landen, zie ik dat de kinderen blij worden van het herkennen van ‘hun’ gerechten en het praten daarover.

In de klas van mijn zoon vroeg zijn altijd inspirerende juf ook of ouders gerechten uit hun landen van herkomst konden meenemen. Samen met hun kinderen genoten de ouders van hapjes uit Turkije, Italië, Zweden, Marokko, Korea, Nederland, China en andere landen en raakten zo op een laagdrempelige manier aan de praat over elkaars eetculturen en culturele achtergronden.

Eten is een formidabele drager, verspreider en verbinder van culturen. Cultuursociologen zouden zeggen dat je via eten cultureel en sociaal kapitaal kunt opbouwen. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool.

Reageren? reza@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden