Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ik herinnerde me haar nog goed. 45 jaar geleden kenden we een fijne nacht

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Op een dag zag ik haar tussen twee auto’s staan.

Vijfenveertig jaar geleden kenden we een fijne nacht.

De tijd hield nog even onzichtbaar wat hij haar had aangedaan, maar ik herkende haar nog goed.

“Hallo Eef, hoe gaat het?”

Er was iets niet in orde.

“Hee Eef, alles goed?”

“Wie zegt dat?” vroeg ze.

“Ik ben het…Theodor… Kan ik je helpen?”

“Waarom?”

“Nou… herken je me niet meer, ben ik zo oud geworden?”

“Hij moet kakken!”

“Sorry?”

“Die hond.”

“Welke hond?”

Ze keek om zich heen.

“Alles goed met je, Eef?” vroeg ik.

Op dat moment hoorde ik: “Mamma, mamma stop!”

Een jongere versie van Eef – ook al achterin de dertig – kwam naar ons toe en greep haar bij de arm.

“Sorry mijnheer, ze was de winkel uit gelopen... Kom mee, mamma.”

“Ik ben Theodor,” zei ik, “ik ken Eva van vroeger. Ik liep hier, zag haar en…”

“Ze zit daar in het verpleeghuis,” zei de dochter, “we gingen even winkelen en… ze liep de winkel uit.”

Terwijl ik met de dochter aan het praten was, riep Eva: “Tommie, waar ben je? Tommie!?”

“Rustig mam,” zei de dochter en tegen mij: “Tommie is… was de hond. Die zoekt ze al de hele dag.”

Ik knikte en zei: “Dag Eef, leuk je weer eens gezien te hebben.”

Waarom had het destijds maar één nacht geduurd? Ik herinner me dat ik nog naar haar gezocht heb. In alle cafés die ik kende. Eva. Zelfs haar achternaam wist ik niet.

De volgende dag ging ik boodschappen doen omdat mijn dochter zou komen en opeens stond ik – nou ja, het was geen toeval – voor het verpleeghuis.

“Ik kom voor Eva,” zei ik, “Ik ben een oude kennis.”

“Komt u voor mevrouw Damman of voor mevrouw Duivenbode?”

“Damman,” gokte ik.

Even later zat ik in de conversatiezaal tegenover haar.

“Hai Eef…”

“Heb je een auto?” vroeg ze.

“Niet meer… Maar ik wilde je even iets laten horen.”

Ik pakte mijn mobiele telefoon en mijn oortjes, stopte die in haar oor en liet haar Satisfaction horen van The Stones.

“Herken je het?” vroeg ik.

Ze wilde niet antwoorden. Omdat ik probeerde mee te luisteren was mijn gezicht dicht bij haar.

“Nog een keer,” zei ze.

Ik liet het haar nog eens horen.

Een lach, klein, mooi, haar hand tikte op de tafel mee.

“En?” vroeg ik.

“Doe je broek aan! Straks komen m’n ouders.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden