PlusColumn

Ik heb voor het eerst geen idee of het goed met me gaat

Thomas AcdaBeeld Wolff

Ooit ging er geen jaar voorbij of ik diende mij in het zwart te melden op een winderige parkeerplaats, waar ik familieleden elkaar huilend in de armen zag vallen.

Familieleden die ik dan een jaar niet had gezien, maar die mij steevast ­omhelsden met de zin: "Gaat goed hè, met jou?" Zelden kon ik een betraande wang uitleggen dat ik om precies dezelfde reden als zij in mijn weer te krap geworden maatpak stond te waaien.

Als je op tv bent gaat het goed met je, niet zeuren. Vraag maar aan Frank Masmeijer. Of aan die andere omlaaggevallen kinderpyjamadrager. Die mij ongetwijfeld om ­deze zin voor het gerecht gaat dagen in de hoop dat Gelderland 2 er een mini­reportage aan wil wijden.

Nu stond ik er weer, op een begraafplaats. En niet om iemand echt ten grave te dragen, maar voor een film. Nu het eindelijk klopt dat het goed met me gaat, is er natuurlijk geen familielid te bekennen!

Ik sta tot mijn middel in een graf, want ik wil een Reservoir Dogs-shot. Een Tarantino-shot. Al doet Scorsese het ook vaak.

De ­camera op de plek van de overledene, dan wel bijna overledene. Point of view van de man/vrouw in het graf. Die dan dus, wat niet kan als ie dood is, omhoogkijkt naar de acteur van dienst. Maar zo ver is het nog niet. Ik moet eerst het shot maken.

Wachtend op de cameraman met wie ik mijn idee zal bespreken, zie ik een jongen zitten op een kist. Een kist van ons, dus hij zal wel bij ons horen. Ik herken hem niet. Licht? Geluid? Ik weet het niet. Maar wat me opvalt, is de rust. Volkomen ontspannen zit hij niets te doen. Niet niets te doen zoals mensen nu, met een telefoon, of ­rokend.

Hij zit en... dat is het. Ademt. Dat wel. Hij voldoet volledig aan de minimum-eis die het leven ons stelt. Hij ademt. ­Zwarte muts, donkergrijze trui. En ademen. Twintig? Ik kijk naar hem en voel zijn rust. Die overstroomt me. Zoals een mooi lied of de blik van een geliefde dat kan.

De cameraman stapt de kuil in. Hij praat. Ik hoor het niet.

Later vraag ik het aan David, de baas van het licht. "Nee, ken ik niet - niet van mij."

Aan Joost, van het geluid. "Nee, ik heb Raoul toch?"

Niemand kent die jongen. Ik ben heel rustig, maar ik heb voor het eerst geen idee of het goed met me gaat.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden