Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Ik heb spijt van mijn Amerikahaat

Plus Theodor Holman

“Ik haat Amerika!” hoorde ik de jongen zeggen.

Het meisje zweeg een korte tijd, en zei toen als een muisje in een tekenfilm dat even uit een gaatje in de plint spiekt en een grimmige kat ziet: “Ik weet er eigenlijk niet zoveel van.”

De kat blies en probeerde zijn poot op haar te leggen, maar ze was alweer in haar holletje.

“Ik zal je vertellen wat daar aan de hand is…”

Verdomd, ik heb ook ooit gezegd dat ik Amerika haatte. En wat heb ik daar een spijt van. Het was de tijd van ‘Mijnheer de president, welterusten!’ en ik hoor nog het gehuil van Ruth, een van de mooiste meiden van onze school, om de slag om Khe Sanh – ik wist er weinig van, maar probeerde mee te huilen. Ik was vijftien. Tienduizend doden, hoorden we. “Laten we De Bom nu maar gooien, ze haten ons toch al,” zong Randy Newman.

Wanneer is mijn houding ten opzichte van Amerika veranderd?

Dat was toen ik besefte dat ik in feite meer Amerikaans was dan Nederlands. Ik las Amerikaanse boeken, droeg Amerikaanse kleren, keek Amerikaanse films en hield ook van het Amerikaanse engagement van Bob Dylan en Hunter S. Thompson, die ganzenveer en degen in hun taal wisten te combineren.

Mijn ouders lieten geen gelegenheid voorbijgaan om te zeggen dat zij hun leven te danken hadden aan Little Boy en Fat Man, de twee atoombommen die een massavernietiging tot gevolg hadden waardoor Japan capituleerde. Vanaf die tijd bestaat de wapen­wedloop met het dilemma: wanneer is het gebruik van een atoomwapen gerechtvaardigd? Is het antwoord ‘nooit’, dan waren mijn ouders er niet geweest. Is het antwoord ‘af en toe’, dan geldt dat ook voor regimes die ons willen vernietigen.

Afgelopen week heb ik tientallen documentaires gezien over de eerste mens op de maan. Ik heb dat ook als een kantelpunt ervaren. Ik haatte Amerika, maar bewees hun technologische voorsprong niet hun morele gelijk? Die maanlanding besmette mij met twijfel.

Toch heeft het nog lang ­geduurd voor ik me ging schamen voor mijn ‘Ik haat Amerika’-uitspraak. Genu­an­ceerd­heid staat de jeugd nog even niet.

De jongen legde het meisje uit waarom Trump een fascist was en Amerika een land in verval. Hij zei: “We zien met die Nero het uiteenvallen van het Romeinse rijk.”

De zin deed me pijn.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden