Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik heb nooit meer geprobeerd me te verkleden als ­kleine opa

PlusMaarten Moll

Ik herinner me de hal van mijn oma’s huis. De kapstok. Daar hingen heel lang de jas en de hoed van mijn opa. De jas en de hoed die hij niet meer kon dragen omdat hij was overleden. Op het dressoir in de woonkamer lag zijn bril met een dik, zwart montuur.

Tijdens een vakantie heb ik die hoed en die bril eens opgezet en ben ik voor de spiegel gaan staan. Net toen ik de jas van de kapstok wilde pakken, kwam mijn oma de gang in. Ze griste de hoed van mijn hoofd, rukte de bril van mijn neus, klauwde een hand om mijn bovenarm en zette me buiten.

Ik heb nooit meer geprobeerd me te verkleden als ­kleine opa.

Wanneer doe je spullen weg?

Boven stond dagenlang de kattenbak. Met een laag maagdelijk grit erin. Zo’n lekkere verse laag waar je je als kat op verheugt.

Ik had net de bak verschoond toen Peer van het balkon sprong.

Telkens als ik boven kwam, zag ik die kattenbak staan. Met die onaangeroerde laag grit. Ik liet na twee dagen vermissing mijn hand er even doorheen gaan.

Al snel verlangde ik heel sterk naar een met drollen gevulde kattenbak.

Na vier dagen geloofde ik niet meer in een terugkeer en wilde ik het ding al gaan ontmantelen, maar de dochters wilden daar niets van weten.

“Die man met die schattige hond vertelde dat hij al heel vaak briefjes had opgehangen van zijn kat. En die kwam altijd na een paar dagen weer terug.”

Dus de kattenbak bleef staan.

Met daarnaast een schaaltje met brokjes, en een bakje water. Die daar niet door mij waren neergezet.

Een dag later was Peer terug. Geen spectaculair verhaal. We werden op een avond twee keer vlak achter elkaar gebeld. Achterburen hadden Peer gesignaleerd.

In de straat stond een man met de dagen ervoor verspreide flyer in de hand. Hij wees. Peer zat onder een paar struiken. We pakten haar op, bedankten de buren en keerden huiswaarts.

Niet veel later stormden de dochters de huiskamer in. Dolgelukkig.

Na een tijdje, Peer was het geknuffel al snel zat geworden, hoorden we boven het vertrouwde geluid van de kat die al trappend en vegend in haar sanitaire blok bezig was.

“Als je die kattenbak had weggehaald, was Peer vast niet teruggekomen,” zei Oudste Dochter.

Ik knikte maar, want tegen zo veel wijsheid kon ik niet op.

Ik dacht aan mijn oma. Elke dag poetste ze, staande aan het dressoir, twee keer de bril van mijn opa.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden