Column

Ik heb nog nooit een tramkaartje gekocht

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Als ik de tram instap, voel ik het al. Ik voel dat dit misschien wel de eerste keer gaat worden. Dat de tijd van onbezorgdheid voorbij is. Dat vandaag de lange weg naar morgen begint. En de dromen als een vlinder vrijkomen, niet langer in geborgenheid verborgen.

Een vrouw in een witte jas stapt op me af. Ze vraagt of ze mijn vervoersbewijs mag zien. Ik zeg dat ik dat niet heb. Ze seint naar een man die even verderop zit. Hij gaat naast me staan en maakt zichzelf zo breed mogelijk.

Misschien denkt de beste man dat ik weg ga rennen of stennis zal trappen, maar ik ben nog nooit zo rustig ­geweest. Dit is namelijk gewoon mijn verdiende loon. Het voelt goed om na 38 jaar eindelijk gepakt te worden.

Ik heb nog nooit een tramkaartje gekocht. Nog nooit. En niet dat dit iets is om trots op te zijn, maar ik ben het wel.

Duizenden keren stapte ik in de 16, de 24 of de 5. Met het hart in de keel en mijn ogen tegen de ruit. Dan keek ik in de verte naar de volgende halte en screende ik de mensen die stonden te wachten.

Een man met een paraplu, drie scholieren, een man op pooierlaarzen, een verliefd stelletje en een junk met een lege laptoptas. Voor een paar honderd meter was de kust dan weer veilig.

Bang en verward zat ik in de tram - wilt u zitten ik kan staan - maar vrienden, ik leefde wel. Het avontuur kuste me in de nek, het gevaar zoog kwameisjesachtig aan mijn oorlel en het leven wilde een drieling met me verwekken.

"Hoe heb je me uiteindelijk gepakt?" vraag ik aan de vrouw die op een oude vriendin van mijn zus lijkt.

"Je pliepte niet. Ja, je pliepte wel, maar dat deed je met de mond."

"Ik ben echt blij dat je me hebt gepakt."

"Waarom?" vraagt ze. Ik kijk naar de donkere sproetjes die als fruitvliegjes om haar neus heen zweven.

"Ik ben al 38 jaar aan het vluchten. Weet je hoe vermoeiend vluchten is? Ik moest jullie steevast twee stappen voor zijn. En die verdomde spanning. Ik heb nooit lekker in de tram gezeten, weet je dat?"

"Hoe zat je altijd in de tram dan?"

"Stel je voor dat er een tijdmachine in de hemel staat. John F. Kennedy stapt in de machine en hij toetst 22 november 1963 in. Als plaats tikt hij Dallas in. Hij gaat in die open auto zitten, maar hij zit niet lekker, Kennedy weet wat komen gaat. Zo zat ik altijd in de tram."

"Wil je pinnen?"

Ze tovert een pinautomaat uit haar diepste jaszak.

"Het voelt ook een beetje als Tom en Jerry. Ik ben de muis, de muis die blij is dat de kat hem eindelijk te pakken heeft. Na al die jaren van rennen gun ik de kat mijn sappigste muizenvlees. Jullie hebben me, gefeliciteerd. Ik moet er hier uit."

"Nog een fijne dag, Pablo Escobar."

"Ja, jij ook en tot over 38 jaar."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden