Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik heb niet zo veel met de zee

PlusMaarten Moll

De zee. Ik had haar al een tijd niet gezien.

We gingen bij Bergen aan Zee het strand op.

Ik had het na een paar seconden alweer gehad, het bleef dezelfde bak zout water.

Ik heb niet zo veel met de zee. Per ongeluk te veel van gedronken.

De Noordzee bij Ameland. De dag dat Oudste Dochter zou kennismaken met de zee.

Ik liep met haar in mijn armen vanaf de handdoeken richting het water. Zat ze aanvankelijk nog rustig tegen me aan, naarmate we de zee naderden werd ze onrustiger, begon tegen te stribbelen en op zo’n vijftig meter van de branding begon ze te krijsen en te gillen.

Rode krassen op mijn rug.

We hebben het water nooit bereikt.

In Portugal zijn we een keer bijna ingesloten door de opkomende zee. Ik trapte in een zee-egel.

De zee is leuk met een breed strand én een hond erbij.

Of in een boek (maar ook niet altijd).

In de kast van mijn oudere broers vond ik ooit Met ­Pieter Pikmans het zeegat uit. Een historische jeugd­roman. Over een scheepsjongen en schatten van de Armada. En in mijn boekenkast staat al decennia Jeroen, over een jongen op een walvisvaarder. Nooit vergeten dat Basken heel goed waren in harpoeneren.

Paddeltje (beter dan het overschatte De scheepsjongens van Bontekoe.)

Geweldige boeken waar ik in verzonk zonder natte voeten te krijgen.

Scheepsberichten van E. Annie Proulx.

De televisieserie Hollands glorie, met Hugo Metsers die vrouwen uit zee redde en naakt op ze ging liggen om ze weer bij kennis te laten komen. Hij las er een boek bij. En die matroos die tijdens het dekzwabberen in zee viel en meteen werd verslonden door haaien. (Ik herinner me het rood kleurende water.)

Misschien heeft dat meegespeeld in mijn relatie tot de zee. In mij, al droom ik er nooit over, heerst een bijna niet te onderdrukken angst ooit aan mijn einde te komen tussen de kaken van een grote witte haai. Vertel me maar waarom.

Mijn moeder las omnibussen van Reader’s Digest, en in een zo’n verzamelbundel was, naast veelbelovende titels als Ada Harris gaat naar Moskou, In de schaduw der eeuwen en Opstand tegen Hitler ook De zomer van de witte haai opgenomen. Dat boek begint met een argeloze vrouw die een stuk in zee gaat zwemmen – nou ja, u raadt het al, en inderdaad, de roman van Peter Benchley uit 1974 werd een jaar later al verfilmd. (Mijn oudere broers kwamen doodsbleek thuis van de bioscoop.)

Misschien daarom, omdat ik dat boek las.

Wat wel mooi was, daar bij Bergen aan Zee, waren de steeds veranderende kleuren van water en wolken en lucht. Blauw en groen en paars van het palet van Rothko.

Tot zover de zee. Geen haaien gezien.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden