Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Ik heb mijn opa niet gekend. Ik kende alleen zijn houtwerk

Plus Femke van der Laan

Ik draag de broek die niet nat mag worden. De stomerijbroek. Ik ben op weg door de stad, op de fiets, helemaal van rechts naar links. Het is de tweede keer dat ik schuil voor de regen. Dit keer sta ik in een portiek van een woning die vroeger een winkel was. De onderste helft van de etalageruit is beplakt met raamfolie. Ik kan eroverheen kijken, een woonkamer in. Ik kijk naar het schilderij aan de muur. Het is iets met strepen. Verticale strepen. Ik vind het niet mooi.

Dan zie ik wat eronder staat, op de grond. Het is een kistje van hout. Een voetenstoof.

Mijn opa maakte voetenstoven.

Mijn opa maakte van alles van hout. Doosjes, tafeltjes, kastjes. Maar vooral stoven. Tientallen. Misschien wel honderd. Een hobby. Ik heb mijn opa niet gekend. Ik kende alleen zijn stoven. Ze stonden in de huizen van mijn jeugd. Bij al mijn ooms en tantes. Bij ons. Bij mijn oma. Wij hadden er twee. Bij mijn oma in huis stonden ze in elke kamer. In de keuken. In de kasten. Groepjes stoven. Clusters. Hier kwamen ze vandaan.

Ik heb al in geen jaren meer een voetenstoof gezien.

Ik kijk even naar de lucht. Het lijkt alweer iets lichter te worden. Dan draai ik me weer om naar de stoof onder het schilderij. Hij is geverfd. Matgroen. Die van mijn opa waren niet geverfd. Hoogstens kregen ze een laagje lak.

Als kind dacht ik dat stoven waren om op te zitten. Als krukjes. Ze werden in al die huizen nooit gebruikt om je voeten aan te warmen. Ze werden erbij gehaald als de stoelen op waren. Of als je iets moest pakken waar je niet bij kon. Iets wat te hoog stond. Dan ging je even op een stoof staan.

Ik denk aan de kast in de gang bij mijn oma. De kast met het lampje dat aanging als je de deur opendeed. In die kast stonden er drie. Drie stoven. Als ik er twee op elkaar zette, kon ik bij de plank die boven de jassen hing. Dan kon ik bij het kistje dat daar stond. Een houten kistje. Met een laagje lak.

Ik ging ermee zitten. Op de derde kruk. Uit het kistje haalde ik twee vingerhoedjes. Daarna zette ik de doos op de grond en deed de deur dicht. Ik zat in het donker, met mijn hoofd tussen de jassen en twee vingerhoedjes op mijn duimen. Zondagmiddag.

Ik heb ook al in geen jaren meer een vingerhoedje gezien.

Ik kijk naar de plassen. Af en toe valt er nog een spetter in. Ik wacht nog even. Ik draag een stomerijbroek.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden