Ashgan El-Hamus.Beeld Sjoukje Bierma

‘Ik heb mijn opa aangeraakt en nu is hij dood’

PlusAshgan El Hamus

Twee kinderen met doorrookte stemmen bij een bankje. Zo’n bankje dat eigenlijk bedoeld is voor mensen die met pensioen zijn, mensen die het leven niks meer verschuldigd zijn, maar als je op je tiende een doorrookte stem hebt, mag je, denk ik, overal zitten.

“Alles goed?”

Een diepe zucht.

“Gaat wel.”

“Kom je niet zitten?”

Een nog diepere zucht.

“Er mag nooit meer iemand naast mij zitten. Ik heb corona.”

Dwars door het woord corona heen wordt er hard gegiecheld. Ziektes zijn spannend.

“Ja hoor! Wie zegt dat?”

“Die meneer op televisie, hij heeft een bril en mijn moeder zegt dat hij nog nooit een vriendinnetje heeft gehad.”

“Hoe weet je moeder dat?”

“Ze zegt dat je dat aan sommige mensen kan zien.”

“Oh. Oké. En die meneer zegt dat jij corona hebt?”

“Nee, maar ik weet dat. Als je corona hebt, weet je dat.”

“Hoe dan?”

Weer een diepe zucht. In het hoofd van dit kind is corona duidelijk een zuchtziekte.

“Je mag het aan niemand doorvertellen, want het is heel erg.”

“Jaha, zeg gewoon.”

Zucht.

“Ik heb mijn opa aangeraakt en nu is hij dood.”

Een ongemakkelijk harde lach. De dood haalt in ieder gezond kind de zenuwen naar boven.

“Iemand gaat toch niet dood als je hem aanraakt?”

“Wel als je corona hebt!”

Diepe zucht.

“Dus ik raak nu nooit meer iemand aan. Dat is beter.”

“Zegt wie?!”

Zucht.

“Die man zonder vriendinnetje.”

Stilte. Waarschijnlijk wordt er opnieuw diep nagedacht over de dood, iets te diep voor hun leeftijd.

“Maar weet je, opa’s gaan altijd dood dus misschien is het niet jouw schuld. Oude mensen hebben, denk ik, een stofje waardoor ze eerder doodgaan.”

“Aan wat dan?”

“Gewoon, een auto-ongeluk, iets giftigs eten, bungeejumpen.”

“Mijn opa is, denk ik, nooit gaan bungeejumpen. Hij ging dood toen ik hem aanraakte.”

Zucht.

“Ik hield alleen heel kort zijn hand vast. Ik dacht dat het wel kon, want hij vroeg het en meestal heeft hij gelijk. Maar nu is hij dood en kan hij nooit meer gelijk hebben.”

Het gezonde kind schudt haar hoofd. “In de hemel hebben mensen ook gelijk.”

Er klinkt een stem met nog meer rook erin, die schreeuwt dat de kleine zuchter moet gaan.

“Oh, ik moet gaan. Naar m’n oma.”

“Mag je haar wel aanraken?”

“Nee… En dat is heel moeilijk, want ze huilt de hele tijd. Als iemand huilt wil ik die altijd aanraken.”

Hij staart voor zich uit, denkend aan huilende oma’s en ineens komt het gezonde kind voor hem staan. Ze pakt zijn hand stevig vast.

“Weet je wat veel zieliger is dan doodgaan? Dat niemand je meer aanraakt.”

“Echt?”

“Ja, als oude mensen niet meer aangeraakt worden, gaat hun huid helemaal schilferen!”

Het hoofd van de kleine zuchter zal wel overuren draaien.

“Maar wat is denk je erger: doodgaan of schilferen?”

“Schilferen, sowieso.”

Zucht.

“Oké. Ik denk het ook.”

Hij is in één klap weer kind, alles is eruit gezucht.

Reageren? a.elhamus@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden