Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

‘Ik heb het schrijfvirus te pakken,’ dus dan schrijf je over Amsterdam

PlusMaarten Moll

Lucy Deutekom wil me iets laten zien. In het Oosterpark.

Bij de trappen van Hotel Arena komt ze me tegemoet. Ze overhandigt me een boek. Ode aan Oost.

Eerder schreef Deutekom (1982) een reisgids over Dublin en omgeving.

“Zo leuk om te doen!” zegt ze enthousiast, terwijl we in het Oosterpark wandelen. “Ik heb het schrijfvirus te pakken.”

We slenteren langs het beeld van de Titaantjes.

En wat lag er dan meer voor de hand een boek te schrijven over Amsterdam? De stad waar ze – als ze niet in Dublin woont, waar ze Engels als tweede taal doceert – de helft van het jaar woont.

“Ik groeide op in de Watergraafsmeer, woon al heel lang in de Indische Buurt, en besloot er een lofzang over te schrijven.”

Het fraai geïllustreerde Ode aan Oost dus, met als ondertitel Wandelroutes & verhalen uit Amsterdam-Oost.

En nee, ze schreef het niet speciaal omdat sinds het coronavirus rondwaart er zo veel wordt gewandeld en al diverse wandelgidsen over Amsterdam zijn verschenen. Niet uit commercieel gewin dus. In eigen beheer uitgegeven.

Bijna bedremmeld: “Ik heb er maar honderd laten drukken.”

Kom maar op, Deutekom, ik heb bijna twintig jaar in Oost gewoond. Kijken of je me iets nieuws kunt laten zien, denk ik stoer.

“Ik ben geen historicus, hè!” zegt ze nog, als we weer rond zijn en we afscheid nemen.

Een park verder Oost in ga ik op een bankje zitten om in het boekje te lezen. Park Frankendael, waar Nescio – wie Nescio zegt, zegt Amsterdam-Oost – altijd op de komst van de reigers wachtte (en waar mijn vader in de toentertijd daar gevestigde stadskwekerij examen deed voor hovenier).

Nescio.

Oké. Meteen incasseer ik een directe van Deutekom. Ik ben een Nesciofan, maar ik wist niet dat de brug bij de ingang van het Flevopark (het mooiste park van Amsterdam) de Titaantjesbrug heet, lees ik al op bladzijde 10. (Welke Amsterdammer weet niet dat het beeld van de Titaantjes in het Oosterpark staat? En wie kent niet die eerste regels van die schitterende gelijknamige novelle? Allen: ‘Jongens waren we, maar…’.)

Of dat het kleinste museum van Amsterdam, Museum Perron Oost, op Cruquiuseiland is te vinden, waar ooit een veemarkt werd gehouden (naast het slachthuis). Dat er een zakdoekjesboom bestaat, en dat die te bewonderen is in het arboretum op De Nieuwe Ooster, naast de treurwilg en de doodsbeenderenboom.

Nee, Oost ken ik nog lang niet helemaal. Na lezing van Ode aan Oost (te bestellen via odeaanoost@gmail.com) wel weer wat beter.

Om een paar regels uit J.C. Bloems gedicht De Dapperstraat een beetje geweld aan te doen:

Oost houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat

Dankzij dat mooie boekje van Lucy Deutekom.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden