Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Ik heb heimwee naar interviews in het Ambassade Hotel

PlusMarjolijn de Cocq

Hoe zou het nu zijn in het Ambassade Hotel? Zonder het circus van ingevlogen schrijvers die veelal daar, aan de Herengracht, worden ondergebracht, van publiciteits­medewerkers van de uitgeverijen die de persdagen regisseren, journalisten die elkaar aflossen voor hun interviews, fotografen die telkens weer iets nieuws moeten verzinnen op telkens weer diezelfde locatie? Ik heb een beetje heimwee naar die interviews in het Ambassade Hotel. In de bibliotheek – afgeladen met gesigneerde boeken van de schrijvers die er verbleven. Of in de kleine salon met het blauwe bankje en de blauwe stoeltjes. Of in dat appartement aan het Singel, met een kruip-door-sluip-doorroute te bereiken.

De laatste keer dat ik er was, zat de Italiaanse schrijver Sandro Veronesi op het blauw. Dat was op 29 februari – in zijn roman De kolibrie ‘de dag die niet bestaat’. Het lijkt nu inderdaad of die dag nooit heeft bestaan, zo onwerkelijk voelt het. Hoe lang zou het duren voor er weer schrijvers worden ingevlogen voor hun promotietournees? Komen ze er ooit weer, die tournees? Of moeten we dat helemaal niet willen? Blijven we skypen en hangouten en facetimen en zoomen nu blijkt dat de verhalen ook zo tot stand komen en lekker snel en efficiënt en beter voor het milieu natuurlijk ook?

Ik zat dat net allemaal een beetje te overpeinzen toen er flyer door de brievenbus werd gegooid: de menukaart van Brasserie Ambassade. Juist, het restaurant van het hotel, dat volgens de huidige trend zijn Franse klassiekers nu ook gaat thuisbezorgen. ‘Met gastvrije groet, Team Brasserie Ambassade.’

Telepathie!

Waar zich nu de Brasserie bevindt, was vroeger – in de categorie oma vertelt –een grote salon. Daar interviewde ik daar de Britse schrijver, presentator en journalist Sarah Dunant naar aanleiding van het verschijnen van haar eerste historische, Florentijnse roman De geboorte van Venus – ik heb er de archieven op nagespeurd, het verhaal verscheen op 27 november 2003 in de Haagsche Courant. Ze droeg een opvallende kimono van witte voile, bewust overdressed want zonde om zoiets moois in de kast te laten hangen. De fotograaf besloot haar in volle glorie te portretteren, waarvoor hij haar op een van de glazen bijzettafeltjes liet klimmen. Vraag me niet waarom dat moest – maar ze deed het. En nooit zal ik de blik vergeten van de ober die binnenkwam met koffie en haar daar op het dure antiek zag staan. Dat dat toch echt niet de bedoeling was, mevrouw, meneer!

Ik kom er niet, voorlopig althans. Maar ik ga de menukaart maar eens bestuderen. Met vriendelijke groet aan Team Ambassade.

Marjolijn de Cocq is chef boeken van Het Parool. Reageren? m.decocq@parool

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden