Column

'Ik heb gister iets gegeten wat ik nog nooit heb gegeten'

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Er zit een oude man naast me in het vliegtuig naar ­Boedapest. Hij draagt een corduroy broek en een donker vest van een Amerikaans basketbalteam. In zijn ­gezicht zitten honderden gesprongen adertjes, het is net alsof er zeeanemonen in zijn wangen wonen.

"Het gaat koud worden," zegt hij.

"In de wolken?"

"Ja, daarom houd ik mijn muts op."

Ik kijk naar de muts die eigenlijk geen muts is. Het is meer een soort warm hoedje.

"Ik moet je wel even waarschuwen," zegt de oude man.

"Voor wat?" vraag ik.

"Voor de zwavelverbindingen in mijn darmgas. Ik heb gisteren iets gegeten wat ik nog nooit had gegeten."

"Ik vind het alleen maar mooi dat u op uw leeftijd nog dingen voor het eerst kunt eten. Wat heeft u gegeten dan?"

"Pekingeend. En nu heb ik spijt. In mijn favoriete boek vraagt de hoofdpersoon zich af wat er met de eenden gebeurt als de vijvers bevroren zijn. Sinds gisteren weet ik het antwoord."

"De eenden verhuizen naar Peking?"

"Ja, de eenden verhuizen naar Peking."

Hij probeert zijn opklaptafeltje op te klappen, maar het lukt niet. Hongaarse scheldwoorden.

"Mijn naam is Alex. In 1956, tijdens de opstand, moest ik Boedapest verlaten. Ik ging naar Amerika. Naar San Francisco om precies te zijn. Heb je de Golden Gate Bridge weleens in het echt gezien?"

"Nee, ik heb niet zo heel veel met bruggen. De brug is de aartsvijand van de veerpont en ik ben dol op veerponten. Tegenwoordig is 'bruggenbouwer' een compliment. Een bruggenbouwer helpt andere mensen. Is ­onbaatzuchtig. Maar hoe zit het met al die veerpont­kapiteins die thuiszitten vanwege bruggenbouwers?"

De man deelt mijn liefde voor veerponten niet. Horloges, daar houdt hij van. Hij laat zijn zilveren polsklokje zien. In het midden van het uurwerk staan de letters USA.

"Dit is een aandenken aan de Olympische Spelen van 1976. Montreal. Toen ik nog jong was, nee, toen mijn ­leven nog gelijk met de wereld liep, was ik goed in schermen. De grote schermtijdschriften noemden mij de Bruce Lee van het schermen en de snelste man op aarde. Vier jaar lang was ik de beste sabelschermer van Amerika. En nu..."

"En nu wat?"

De man pakt zijn wandelstok van de grond. "En nu kan ik niet meer lopen zonder wandelstok."

Hij probeert zijn bekertje water open te scheuren, maar het lukt niet. Nog meer Hongaarse scheldwoorden.

"Is dit de eerste keer dat u teruggaat naar Hongarije?"

"Nee, ik ben vaker teruggegaan. Maar dan werd ik de hele tijd gevolgd door de geheime dienst. En de tweede keer dat ik terugging, had ik vijfduizend dollar in mijn zak. Dit had ik niet aangegeven, dus toen pakten ze me op en moest ik een paar weken de cel in."

"En waar dacht u aan? In die cel?"

"Ik dacht aan alle gerechten die ik nog nooit had gegeten."

Voorzichtig trekt hij de schroefkroon uit zijn horloge en past de tijd een heel klein beetje aan. Voor even loopt de oude man weer gelijk met de wereld.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden