Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik heb er nooit veel aan gevonden, aan dat Leidseplein

PlusMaarten Moll

Er zit een gat in de lucht.

Boven het Leidseplein.

Ach, het Leidseplein. Ik zag er Nelson Mandela. Nou ja, een figuurtje heel in de verte op het bordes van de Stadsschouwburg. En twee jaar daarvoor heb ik, met de rest van de Amsterdammers, uren op het volledig dichtgeslibde plein gestaan, slechts drie woorden schreeuwend, telkens weer.

“Marco van Basten!”

Er was niets te zien, er stond niets te gebeuren, er ging maar heel weinig kapot. We hadden alleen van West-Duitsland gewonnen.

Verder heb ik er nooit veel aan gevonden, aan dat Leidseplein.

Een doorgangsplein.

Diep in de nacht, scheel van de drank, wist ik dan dat ik bij het baken rechtsaf moest.

Die twee gele bierglazen op het dak van dorpscafé Heineken Hoek.

Moet ik verdorie weer aan Wim Brands denken, de dichter die al bijna vijf jaar dood is. (Goddomme wat hebben we toen in een korte tijd veel Amsterdamse dichters verloren: Zwagerman, Brands, Anker, Wigman, Starik.)

Bij een eenzame uitvaart, nummer 110 op dinsdag 29 december 2009 om precies te zijn, las Brands een gedicht voor dat als volgt begint:

Ik ken je niet, nee, maar denk te weten wie je bent: mijn grootmoeder

bij voorbeeld die net als jij Polen verliet, ze telde onderweg de

kerktorens om thuis niet kwijt te raken –

Ik navigeerde op de twee Heinekenglazen. Die steeds weer volliepen om dan met elkaar te klinken.

De twee glazen zijn niet meer. Eerder deze maand werden ze na ruim veertig jaar verwijderd om nooit weer terug te keren. Ook café Heineken Hoek gaat sneuvelen, er komt vast iets heel lelijks voor in de plaats.

Dit weekeinde stond ik op het Leidseplein.

Met dat gat in de lucht.

Mijn oog werd er steeds naartoe getrokken, zoals je tong steeds dat afgebroken hoekje in je gebit opzoekt.

Beetje aggenebbisj was het, die lichtreclame. En ouderwets. En al werden de twee vaasjes in 2006 vervangen door protserige Galaxyglazen, en al gaven de glazen ook niet altijd licht, ze hoorden wel heel erg bij de stad. Ik vond het wel wat hebben, al ben ik een Grolschdrinker.

Het wordt niet altijd beter als je iets weghaalt.

Het schijnt in een half uur gepiept te zijn. Grote kranen plukten de glazen van de toog, en opeens zag de stad er een stuk anoniemer en armer uit.

De glazen, las ik, zijn meteen naar de sloop vervoerd. (Amsterdam Museum, waar was je?)

Ik zie zo’n grote ijzeren grofvuilcontainer voor me. Met die twee glazen erin, gebroken. Een elektriciteitsdraad die over de rand hangt, als een arm van een ge­liquideerd persoon.

Het Leidseplein zonder de twee Heinekenglazen.

Dat gat in de lucht.

Omgekeerde landschapsvervuiling.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden