Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Ik heb een wesp vermoord. Dat had ik dus niet moeten doen

PlusMarjolijn de Cocq

Ik heb een wesp vermoord. Hij/zij kwam binnenzoemen door de geopende ­balkondeuren, rakelings langs mijn bureau. Ik volgde de standaardprocedure: hysterisch wapperen, opjagen richting raam en kláts. Eerst met de zomerbrochure van uitgeverij Meulenhoff die toevallig boven op de stapel lag, daarna even doorstampen met (ook toevallig) Bloemblad van zee van Isabel Allende. Wesp geplet, dader op­gelucht verder aan het werk.

Dat had ik dus niet moeten doen. Vorige week zaterdag was Aglaia Bouma te gast in Nieuwsweekend met Mieke van der Weij en Peter de Bie om de paniek rond de killerwasp, de Aziatische reuzehoornaar, te relativeren. Bouma is auteur van Insectenrijk, het grootse leven van kleine beestjes (Atlas Contact). Op haar zeventiende werd ze bijna doodgestoken door een Europese hoornaar, ook een stevig type. Ze bleek allergisch en kwam in het ziekenhuis terecht met een anafylactische shock. De fobie die ze daarna ontwikkelde voor insecten, bestreed ze door ze juist te gaan bestuderen. “Ik dacht: als ik ze een beetje snap, zijn ze misschien een beetje minder eng.”

Wat ze nu weet: als je iets niet moet doen bij wespen, dan is het wapperen. Want wespen zien je niet met hun facetogen tot je begint te bewegen. En dan denken ze: prooi! En doodslaan moet je ze dus al helemaal niet.

De Bie: “Maar missen we één, twee hoornaar­tjes dan?”

Bouma: “Ja.”

De Bie: “Nou, ik niet!”

Bouma: “Dat weet ik niet. Hoeveel hou je van vliegen en muggen?”

De Bie: “Liefst zo min mogelijk.”

Bouma: “Maar dat is wat ze wegvangen, ­massaal.”

De Bie: “O.”

O. Dat boek moest ik lezen. ‘Wespen bezoeken bloemen op zoek naar nectar,’ schrijft Bouma. ‘Net als de veel populairdere honingbij helpen ze daarmee bij het bestuiven van bomen en planten, inclusief onze landbouwgewassen (…) Om hun jongen te voeden, zijn wespen de hele zomer op jacht naar vlees. Dat vinden ze voor een deel in de vorm van andere insecten, zoals rupsen, vliegen en muggen (…) Zo houden ze de aantallen voor ons schadelijke beesten binnen de perken. Prettig is verder dat ze bij hun zoektocht naar vlees helpen bij het opruimen van kadavers. Op een gestorven dier langs de kant van de weg zitten soms tientallen wespen te knagen.’ Dat zo’n wesp soms op het stukje vlees op ons bord landt, is het insect niet echt kwalijk te nemen. ‘Dat is immers ook gewoon een lijk.’

De fobie werd fascinatie. Bouma: ‘Tegenwoordig ren ik niet meer weg als ik een wesp zie, maar hol ik erachteraan.’ Dat gaat me te ver. Maar ik zal het proberen, stilzitten.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden