Plus Column

Ik heb Campert nooit ontmoet, maar weet bijna ­zeker dat ik hem zou mogen

Yasmina Aboutaleb (29) rapporteert op dinsdag en donderdag vanuit de stad.

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Op weg naar het Vondelpark liep ik door de Jan ­Luijkenstraat. Mijn blik gleed over de oude gevels die waren ­opgeleukt door kleurige glas-in-loodpartijen, sierlijk houtwerk en smaragdgroen en turquoise tegelwerk.
Jugendstil. Museumachtig mooi.

Vroeger, toen ik Amsterdam alleen nog kende van ­televisie, dacht ik dat de hele stad eruit zag zoals deze buurt. Dat iedereen er woonde in van die mooie, statige stadspaleizen, grenzend aan het park. Huizen met grote houten voordeuren, Franse balkons en prachtige glazen erkers waar je in kon zitten om naar buiten te staren, en verder niets.

Nu zag ik dat in een groot deel van de panden hotels en bedrijven zitten. In het souterrain van het pand op nummer veertig kun je terecht voor een darmspoeling.

Remco Campert schijnt hier ook een huis te hebben. Met zijn vrouw. Vroeger kuierde hij veel door de buurt in een lange trenchcoat. Dan haalde hij soms wat te roken voor zijn vrouw bij The Bulldog op het Leidseplein.

Ik heb Campert nooit ontmoet, maar ik weet bijna ­zeker dat ik hem zou mogen. Want behalve schrijven, doet hij bijna alles met zijn vrouw. Elke woensdag naar de film in Cinecenter. En elke dag - precies om vier uur - daalt hij af uit zijn werkkamer voor een potje scrabble. ('Dat houdt de woordenschat op peil - en de liefde trouwens ook.') Kleine bezigheidjes, zoals hij het zelf omschrijft.

Ik vermoed dat hij zich niet meer zo veel verplaatst. Hoewel ik hem een paar maanden terug op de radio hoorde zeggen dat hij nog wel met enige regelmatig op het Museumplein te vinden is. Op een mooie dag daar wandelen, bezorgt hem poëzie. Gedachteloos, kijkend naar alles wat langskomt: toeristen, trams, auto's. Staren naar een cementen gevaarte vol tulpen, midden op het plein. Dat gedoe - in combinatie met het gedoe in zijn kop - levert als vanzelf een stukje op.

Het eerste boek dat ik van Campert las, was Een liefde in Parijs. Niet vanwege hem - zijn naam zei me toen nog weinig - maar omdat ik over die stad alles las waar ik maar de hand op wist te leggen. Ik wilde wonen en leven in Parijs. Eenmaal daar ging ik naar de kunstenaarskroegen en cafés waar Campert en de andere Vijftigers vroeger hun tijd doorbrachten. Het viel niet tegen.

Ik tuur nog eens naar de ramen, hopend op een glimp van Campert of het geluid van zijn typemachine.

Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden